Wie bedenkt toch de namen van de dieren?

Er bestaan zooooooooooooooooooooveel dieren! Wie bedenkt toch de namen en worden ook als zodanig 'geaccepteerd' om ze zo te noemen.
Dit is iets wat ik me vaak afvraag en het nu eens hier ga stellen.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Dagelijks worden nieuwe soorten planten en dieren, zowel recent als fossiel, beschreven. De regels waaraan een dergelijke beschrijving moet voldoen, zijn vastgelegd in de International Code of Zoological Nomenclature en International Code of Botanical Nomenclature (ICZN en ICBN). Een aantal van deze regels is: 1. De naam moet voldoen aan de binominale naamgeving. Als we een nieuwe soort vinden, moeten we dus aangeven in welk geslacht dit thuishoort. Eventueel kunnen we een nieuw geslacht beschrijven. 2. De naam moet gegeven worden in het Latijn. 3. De naam mag nog niet aan een andere soort zijn gegeven. Dat is logisch, maar het kan voorkomen dat iemand niet in de gaten heeft dat een naam al in gebruik is. In dat geval moet de naam van de soort die het laatst is beschreven, worden veranderd. 4. De naam moet gepubliceerd zijn. Als iemand een nieuwe soort beschrijft, is het immers belangrijk dat iedereen daar kennis van kan nemen. Linnaeus voerde het systeem van de binaire naamgeving in. Dit houdt in dat iedere soort twee namen krijgt: een genusnaam en een soortnaam. De genusnaam is vergelijkbaar met de achternaam van mensen: het geeft aan tot welke geslacht een soort behoort. Zo vallen veel van de grote katten onder het genus Panthera. De soortnaam is te vergelijken met de voornaam. Deze naam geeft, in combinatie met de genusnaam, aan over welke soort we het hebben. Zo luidt de wetenschappelijke naam van de tijger Panthera tigris, terwijl we de leeuwPanthera leo noemen. Soms wordt aan deze twee namen nog een derde naam toegevoegd (trinaire naamgeving). Daarmee geven we dan een ondersoort aan ( Panthera tigris balicus = Balitijger). Toegevoegd na 29 seconden: http://www.museumkennis.nl/nnm.dossiers/museumkennis/i001203.html

Voor de officiele latijnse namen heeft Carolus Linnaeus ooit een systeem bedacht. De namen voor dagelijks gebruik zijn in de loop der eeuwen ontstaan, bedacht, overgenomen, vertaald. Maar er is, voorzover ik weet, niet een organisatie die ze vaststelt.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Carolus_Linnaeus

Bij nieuw ontdekte dieren bedenkt de ontdekker vaak de naam.Bijvoorbeeld de Thomson gazelle die ontdekt werd door Joseph Thomson.Kenia 1883.

Bij het beschrijven van biodiversiteit maken biologen gebruik van een wetenschappelijk indelingssysteem. In dit systeem kunnen alle dieren, planten en micro-organismen op aarde geplaatst worden. Alle biologen gebruiken hetzelfde indelingssysteem om de biodiversiteit in logische groepen in te delen. Als er dieren, planten en micro-organismen gevonden worden, vergelijken biologen die nauwkeurig met de al beschreven soorten. Hiervoor zijn het uiterlijk en de unieke kenmerken van groot belang. Biologen kijken nauwkeurig naar bijvoorbeeld de vorm van de snavels, de afmetingen van de vleugels en de grootte van de poten om te vinden of het ontdekte organisme een nieuwe of een al beschreven soort is. Een nieuw organisme wordt volgens het wetenschappelijke indelingssysteem ingedeeld en krijgt een nieuwe wetenschappelijke naam. De huidige systematische classificatie is een uitbreiding van het oorspronkelijke classificatiesysteem van Linnaeus. Hij deelde het leven op aarde in twee grote groepen in: dieren en planten. Maar nu hebben we veel meer hoofdgroepen. Biologen verdelen al het leven op aarde in steeds kleinere groepen om uiteindelijk bij de afzonderlijke soorten te eindigen. Al die groepen worden (in het algemeen) "taxa" (enkelvoud: taxon) genoemd. In het moderne classificatiesysteem zijn er vijf hoofdtaxa die "Rijken" worden genoemd. De Rijken: 1. Animalia (dierenrijk) 2. Plantae (plantenrijk) 3. Protista (eencelligenrijk) 4. Fungi (schimmelsrijk) 5. Prokaryota (prokaryoten/bacteriënrijk) Deze rijken omvatten heel grote groepen dieren, planten en micro-organismen. Ze zijn weer opgedeeld in kleinere groepen; de Stammen. Het dierenrijk is bijvoorbeeld in ongeveer 37 stammen verdeeld. Stammen zijn steeds weer in klassen onderverdeeld, klassen in orden, orden in families, families in geslachten en ten slotte geslachten in soorten. Bij elk taxon zijn de groepen individuen meer met elkaar verwant dan bij de eerdere taxa en ze lijken dus meer op elkaar. In de laatste divisie, de taxon "soorten", zijn er alleen maar soorten te zien waarvan de individuen heel nauw verwant aan elkaar zijn. Tot nu toe hebben wetenschappers alleen naar het uiterlijk gekeken. Tegenwoordig kunnen ze ook op andere manier kijken, namelijk direct in de genenpakketten.

Bronnen:
de bioloog

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100