Waardoor is de intensiteit van de regenboog kleuren aan de rand het sterkst?

Globaal gezien bestaat de regenboog uit een zevental kleurenbundels die door elkaar lopen. Dat we toch een regenboog zien komt dan omdat de hoek van breking uiteenloopt van zo'n 40 tot 42 graden, waarbij in het midden dus alle kleuren aanwezig zijn en er dus geen regenboog te zien is.

Maar als we bijv. de groene kleurband nemen die is eigenlijk opgebouwd uit zowel groen als rood omdat rood 'verder' reikt dan groen en hem dus overlapt. Dat we toch de groene kleur zien en geen mengelmoes van groen en rood komt omdat de intensiteit van de groen op zijn eigen maximum hoek ook groter is dan de rode. Dat blijkt dan zo te zijn voor elke kleur, die dus eigenlijk een mengsel is van meerdere kleuren, maar die toch duidelijk onderscheiden als één kleur, door zijn intensiteit juist op die bandbreedte.

De vraag is nu, hoe het komt dat de intensiteit juist op zijn eigen band het hoogste is? Komt dat doordat de kleuren waarmee het gemengd is en die dus altijd een grotere hoek hebben en hem dus overlappen een groter verspreidingsgebied heeft dan de kleur eronder?

Weet jij het antwoord?

/2500

Scherpe grenzen tussen kleurenbanden van een regenboog komen alleen voor op tekeningen. In een echte regenboog, of op een foto ervan is er een geleidelijke overgang van de ene naar de andere kleur te zien. Het waarnemen van kleuren in een regenboog heeft evenzeer met de fysiologie van het oog te maken als met de fysica van het licht. Puur natuurkundig gezien bestaat een dwarsdoorsnede van een regenboog uit een continu spectrum van golflengten. Iedere brekingshoek (40°-42°) correspondeert nauwkeurig met een bepaalde golflengte (400-800 nm). In een spectrograaf kan dit spectrum heel ver worden uitgerekt zodat van iedere golflengte de intensiteit nauwkeurig bepaald kan worden. Dit alles is pure fysica en heeft niets te maken met de fysiologie van het kleurenzien. We zien kleuren doordat in ons oog drie receptoren ("kegeltjes") aanwezig zijn met elk een eigen gevoeligheidscurve voor de golflengten. De verhouding waarin de kegeltjes reageren op licht dat ontvangen wordt bepaalt de kleur die wij benoemen. Daarbij maakt het niet uit of die verhouding tot stand komt door licht van één golflengte (monochromatisch licht), waarop meerdere soorten kegeltjes reageren, of dat het licht een mengsel is van verschillende golflengten. In het geval van de regenboog correspondeert iedere brekingshoek met monochromatisch licht van een bepaalde golflengte. Van buiten naar binnen reageren hier het eerst de kegeltjes op die gevoelig zijn voor rood, vervolgens gaan de kegeltjes die gevoelig zijn voor groen meedoen. We zien oranje en geel. Voorbij het groen doen de "rode" kegeltjes nauwelijks meer mee maar worden de "blauwe" kegeltjes actief. We zien blauw en vervolgens violet. Dat violet komt doordat de "rode" kegeltjes ook enigszins gevoelig zijn voor hele korte golflengten. Overigens "indigo" is een verzinsel van Isaac Newton, die in zijn overigens uitstekende verhandeling over de oorsprong van licht en het spectrum meende dat het getal van de kleuren 7 moest zijn. Daar is geen enkele grond voor en "indigo" kunnen we het beste direct maar vergeten. Welnu, het zal duidelijk zijn dat met het continue verloop van de gevoeligheid van de diverse zintuigcellen als functie van de golflengte, ook het verloop van de kleuren in de regenboog continu is en geen scherpe afgrenzingen kent.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100