Waardoor komt er geen bètastraling vrij bij het ontstaan van koolstof 14 maar wel bij zijn verval?

Als stikstof N14 in de lucht wordt bestraald met neutronen hoog in de lucht ontstaat er koolstof 14-----> 1n + 14/7N ---> 14/6C + 1/1H
Er wordt dus een proton verruild voor een neutron. Nu is een proton positief geladen dus de kern wordt minder positief, stikstof had dus 7 protonen met 7 elektronen en gaat naar 6 protonen met (blijkbaar) 7 elektronen. Maar waarom wordt er hierbij geen elektron uit gestoten (bètastraling) om de boel weer in evenwicht te krijgen?

En waarom wordt er juist weer wel een elektron (betastraling) uitgestraald bij het verval van C14 terug naar N14. dus van 14/6C----> 14/7N + e- + ve-.
Want je zou juist bij deze laatste reactie verwachten dat er juist een elektron benodigd is omdat er een extra positieve lading (het proton) in de kern bijkomt, maar blijkbaar wordt deze toch afgestoten.

Hoe komt het zo?

Toegevoegd na 5 minuten:
https://nl.wikipedia.org/wiki/C14-datering

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Je mag er eigenlijk niet vanuitgaan dat dat 7de elektron zomaar blijft hangen rond een kern met slechts 6 protonen. Aan de andere kant is dat elektron niet afkomstig uit de kern en wordt daarom niet als betastraling aanzien. Andersom heeft dat elektron afkomstig uit de kern bij het verval heel wat energie met zich mee. Waaronder ook kinetische energie. Hierdoor overwint het de aantrekkingskracht van de positief geladen protonen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100