'Cirkelen elektronen in de buitenste schillen van atomen sneller dan de binnenste?

De buitenste planeten van het zonnestelsel draaien langzamer dan de binnenste. Hoe dat komt weet ik niet. Maar als de maan verder van de aarde af komt te staan doordat de aarde langzamer gaat draaien gaat de maan sneller draaien hoe verder dat hij weg staat.
Ik weet niet zeker of er een vergelijking met een van deze twee andere cirkelbewegingen met die van elektronen kan worden gemaakt, maar hoe draaien de elektronen sneller in de buitenste of in de binnenste schil?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Deze vraag is niet te beantwoorden. Je gaat namelijk uit van een atoomkern die je als een soort "harde bol" ziet (of als een verzameling protonen en neutronen, die je dan weer als "harde bollen" ziet). Om die atoomkern zou een elektron cirkelen, en dat elektron zou ook een "hard bolletje" zijn. Het elektron zou daarbij op elk moment op een bepaalde plek zijn en daar met een bepaalde snelheid bewegen, zodanig dat het elektron rond de atoomkern cirkelt. Dat is de "klassieke blik", ofwel de blik van de klassieke natuurkunde. Die blik is onjuist. Het gaat hier om kwamtummechanische deeltjes die kwantummechanische eigenschappen hebben. Zo heeft een elektron geen positie en geen snelheid. Er is slechts een kans dat je een elektron ergens aantreft, en er is een kans dat je een bepaalde impuls meet als je gaat kijken hoe snel het beweegt. Het elektron is dus geen puntvormig of bolvormig deeltje dat een baan beschrijft. We kunnen daarom ook niet spreken van "binnenste" en "buitenste" banen. Er bestaan namelijk geen banen. Het enige dat we kunnen zeggen is dat er elektronen zijn die een grotere kans hebben dat je ze, bij meting, dichterbij de kern aantreft, en elektronen die een grotere kans hebben dat je ze, bij meting, verder weg van de kern aantreft.   Toegevoegd na 2 minuten:   Eén van de redenen waarom een elektron geen baan rond de atoomkern kan beschrijven is dat het elektron dan continu van bewegingsrichting zou moeten veranderen, en (afhankelijk van de baan) ook van snelheid. Een elektrisch geladen deeltje dat van snelheid of van richting verandert, zendt elektromagnetische straling uit. Dat kost energie. Als het elektron dus rond de kern zou draaien, zou het energie uitstralen, en dus energie verliezen. Het elektron zou daardoor onvermijdelijk op de kern moeten storten. Aan het feit dat dit niet gebeurt kunnen we al zien dat het elektron niet kan worden gezien als een deeltje dat rond de atoomkern draait.  

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100