Hoe kan het dat je bij B een grotere kracht moet uitoefenen dan bij A om de wip in ballans te brengen ?

Ik schaam mij bijna om de vraag te stellen maar ik sta voor een raadsel over iets dat voor anderen waarschijnlijk heel eenvoudig is. Ik kan het echter niet bedenken. Te lang gelden dat ik natuurkunde/ mechanica heb gehad op school.

Hoe kan het dat je bij B meer druk moet uitoefenen dan bij A (100 gr) om de wip in ballans te brengen ? Ik voel het wel aan maar kan het niet beredeneren. Je zou toch zeggen dat alle kracht, waar ook uitgeoefend ergens op de bovenste balk, altijd via de verbinding C overgebracht moet worden op de onderste balk waardoor daar altijd dezelfde kracht op wordt uitgeoefend, onafhankelijk van of die nu ter plaatse van A of B of waar dan ook op de bovenste balk wordt uitgeoefend.

Waar zit mijn blinde vlek ?

Toegevoegd na 5 minuten:
Zie bijgevoegde schets

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Dat komt omdat er hier sprake is van twee hefbomen. De eerste hefboom is de "stok" van B naar A met als draaipunt C. De tweede hefboom is "de wip". Omdat je met de eerste hefboom moet zorgen dat de kracht bij A groot genoeg is om de zaak in evenwicht te brengen moet je dus meer de kracht bij A + nog een extra kracht uitoefenen. Er zijn 3 soorten hefbomen: 1.het draaipunt ligt tussen last en macht 2.de last ligt tussen het draaipunt en de kracht 3.de kracht wordt tussen het draaipunt en de last uitgeoefend In de tekening zijn er twee hefbomen. De eerste hefboom is van het type 3 (C is het draaipunt) en de wip is van het type 1.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hefboom#Drie_soorten

Heeft te maken met de afstand. De formule voor een wip in evenwicht is F.a=F.a en hierbij is F de kracht die je uitoefent en a de afstand. Bij punt B is de afstand minder dus je moet meer kracht zetten en vice versa voor punt A.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100