Waarom ziet de horizon van de zee er "glooiend" uit?

Als ik aan de kust sta en uitkijk over zee, ziet de horizon (de grenslijn tussen water en lucht) er altijd wat "glooiend" uit. Het is net of er aan de horizon heel flauwe heuvels liggen.

Ik kan die heuvels echter niet echt zien. Ik bedoel, ik zie wel een soort heuvels of glooiingen, maar ik kan nooit zeggen wáár de horizon nu wat "hoger" is (een heuvel), en wáár de horizon wat "lager" is (een vallei). Maar ik blijf een glooiende horizon zien.

Lange tijd dacht ik dat die "glooiingen" niet echt zijn, maar dat ze een optische illusie zijn, of dat ze misschien in mijn netvlies ontstaan. En ik houd er nog steeds serieus rekening mee dat dat zo is.

Tot ik vandaag onderstaande foto tegenkwam. Het eerste wat mij daaraan opviel was niet de zon, maar de "glooiingen" die ik altijd zie. Op deze foto lijken de "glooiingen" golven te zijn. Maar dat klopt weer niet met wat ik zie, ik zie geen golven. En golven bewegen echt, terwijl mijn "glooiingen" niet bewegen; mijn "glooiingen" zijn wel zichtbaar, maar ik kan ze niet aanwijzen. Het is alsof ze verdwijnen zodra ik intensief kijk.

Dit was een lange uitleg. Hopelijk wordt hiermee mijn vraag wat duidelijker.

Mijn feitelijke vraag is:
Wat zijn die "glooiingen" die ik zie op het grensvlak tussen de (kalme) zee en de lucht? Bestaan ze echt, zijn het echte illusies, of zijn ze een product van mijn ogen en/of mijn hersenen?
 

Toegevoegd na 19 uur:
 
Ik zie NIET wat je op deze foto ziet. Ik zie een net wat ander soort glooiingen. Vraag is wat ik dan WEL zie.
 

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De reden is dat de zee eenvoudigweg niet vlak is. Onder invloed van het getij en de wind is er op sommige plaatsen gewoon meer water dan andere. Vlakbij zie je de kleine golfjes die relatief snel bewegen. Op grotere afstand zie je de grotere verschillen maar omdat die een grotere afstand af moeten leggen kost dat veel meer tijd. Omdat in de zee golven van alle maten door elkaar voor komen is moeilijk in te schatten hoe groot de golven op grote afstand nou echt zijn en hoe snel ze bewegen. Daarom lijken ze stil te staan of maar heel langzaam te bewegen. Net zoals een vliegtuig hoog in de lucht ook maar langzaam lijkt te gaan terwijl het ding toch een snelheid van dik 800 km/u heeft. Wat dat betreft speelt optisch bedrog zeker een rol. Maar die 'heuvels' die zijn echt ! Het zijn gewoon de wat grotere golven. Toegevoegd na 19 uur: Na aanleiding van de uitbreiding op je antwoord een andere optie: Als jij iets ziet wanneer je er niet naar kijkt, maar wanneer het weg is wanneer je er wel naar kijkt dan ligt de oorzaak duidelijk in je ogen. Het is een bekend verschijnsel wanneer je b.v. naar lichtzwakke sterren kijkt. Wanneer we recht naar die ster kijkt, dan vallen de lichtstralen van die ster voornamelijk op het deel van het netvlies dat de gele vlek wordt genoemd. Dat deel bevat voornamelijk kegeltjes (lichtgevoelige cellen die met name kleuren kunnen onderscheiden) kegeltjes zijn wat minder gevoelig en zien de ster niet. Kijk je dan net naast de ster dan komt het licht voornamelijk op de staagjes terecht. Staafjes kunnen geen kleuren onderscheiden, maar zijn veel gevoeliger. Nu zie je de ster plots wel. Verschillende delen van je ogen nemen dus de omgeving verschillend waar. Het maakt dus echt uit of je ergens echt naar kijkt of niet. (google maar eens op "perifere blikveld") Je lens focust met vooral op de gele vlek. De beelden eromheen zijn dus veel waziger. Daarnaast lopen er de nodige bloedvaten door het netvlies. Dit alles heeft tot gevolg dat onze hersenen een heel onvolledig beeld aangeboden krijgen van de ogen. Ze moeten dus letterlijk veel blinde vlekken invullen. Met golven waarvan de grootte en de afstanden moeilijk zijn in te schatten is dat nog eens extra. En dáár bovenop komt nog eens dat vanuit de lucht vaak veel meer licht op je af komt dan via de zee. Op die scheidingslijn, de horizon, komt dat allemaal bij elkaar. Geen wonder dat je hersenen moeite hebben met het juist interpreteren van het beeld.

Ik denk dat het te maken heeft met lichtbuiging. De zon op de foto is eigenlijk al wat lager onder de horizon, maar door lichtbuiging zie je hem nog. Dat is natuurlijk lokaal wat verschillend, waardoor de horizon niet helemaal strak is. Zonder de lichtbuiging zou de zon al voor de helft bedekt zijn, Bij de horizon is de buiging een halve graad, daarna neemt het snel af. De buiging is bij nazoeken ongeveer even groot als de diameter van de zon (buiging 31 boogminuten, zon 32 boogminuten).

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100