Hoe weet je welke halfreactie je moet hebben voor een redoxreactie?

In de tabel in binas met de halfreacties van redoxreacties heb je er staan waar H2O voor aanwezig moet zijn of H+. Ik weet dat als er staat dat je een zuur milieu hebt dat je dan de halfreactie met H+ moet hebben.

Nu heb ik de volgende eindexamen opgave (2008 tijdvak 2)

Brons is een legering van koper en tin. Speelklokken in carillons worden van brons gegoten. De klank van zo'n klok hangt onder andere af van de
samenstelling van het brons. Nadat de klok is gegoten, wordt hij gestemd. Dit gebeurt door aan de binnenkant van de klok wat brons weg te slijpen tot hij de juiste toonhoogte heeft. Het slijpsel dat daarbij ontstaat, wordt gebruikt om achteraf nog eens de samenstelling van het brons te bepalen.
Bij zo’n bepaling laat men het slijpsel reageren met warm geconcentreerd
salpeterzuur. Het koper wordt dan omgezet tot Cu2+; het tin wordt omgezet tot het zeer slecht oplosbare tinsteen (SnO2). Deze reacties zijn redoxreacties.

3p 7 Geef de vergelijking van de halfreactie voor de omzetting van het tin. In deze vergelijking komen onder andere ook H+ en H2O voor.

2p 8 Geef de vergelijking van de halfreactie voor het salpeterzuur en leid met behulp van de vergelijkingen van beide halfreacties de totale reactievergelijking af van de reactie tussen tin en warm geconcentreerd salpeterzuur. Er ontstaat onder andere NO2.

Het antwoord op vraag 8:
Sn + 2 H2O → SnO2 + 4 H+ + 4 e–(×1)
NO3– + 2 H+ + e– → NO2 + H2O (×4)

Waarom bij de 1e H2O en bij de 2e H+?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Uit de vraagstelling blijkt dat uit salpeterzuuroplossing NO2 ontstaat en uit Sn ontstaat SnO2. Als de halfreactie in BINAS 48 staat, neem je die gewoon over. Bij de halfreactie van Sn doe je het volgende( algemeen toepasbaar): 1. Maak het centrale deeltje kloppend(Sn) 2. Maak zuurstof kloppend met H2O 3. Maak waterstof kloppend met H+ 4. Maak de lading kloppend met elektronen Dus 1. Sn---> SnO2 en 2. Sn + 2 H2O ---> SnO2 en 3. Sn + 2 H2O ---> SnO2 + 4 H+ tot slot 4. Sn + 2 H2O ---> SnO2 + 4 H+ 4 e- Soms zijn de deeltjes die je in een halfreactie gebruikt niet eens aanwezig, maar ze vallen bij het optellen toch weg.

halfreacties mag je altijd letterlijk overschrijven. en alleen als gegeven is dat je een zuur of basisch milieu hebt zou ik letten op H2O of H+ . je kunt beter kijken naar de toestandsuitduiding. zoals vaste stof of vloeibaar. ook moet je kijken naar de waarde die er achter staat. je moet de laagste RED en de hoogste OX kiezen dat heb je als het goed is geleerd. misschien heb je hier als iets meer aan.

Salpeterzuur is HNO3 en er zit dus geen H2O in wel H+ SN is in een water oplossing toch? dus SN+H2O. dus Sn + 2 H2O → SnO2 + 4 H+ + 4 e–(×1) NO3– + 2 H+ + e– → NO2 + H2O (×4) en die 4x en 1x om de aantal elektronen gelijk te krijgen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100