Als je in een donkere kamer naar buiten, waar de zon schijnt, kijkt, zie je toch je spiegelbeeld in het raam. Hoe komt dat zo?

Als ik van een verlichte ruimte een raam in kijkt voor een donkere ruimte, zie ik mijn spiegelbeeld. Omgekeerd gebeurt dat echter ook, alhoewel mijn spiegelbeeld veel minder scherp is. Kan iemand dit verschijnsel verklaren? Heeft dat met het gedrag van fotonen te maken?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het licht dat van jou af reflecteert komt op de ruit. De ruit zal een deel van het lcuiht doorlaten, maar ook een deel reflecteren. Zowel als je in het donker als in het licht staat gebeurt dit. Dit zorgt er voor dat je in theorie jezelf in de ruit kan zien. Als je in een relatief donkere ruimte staat, zal de hoeveelheid licht die van jou op de ruit valt, relatief laag zijn ten opzichte van de hoeveelheid licht die van buiten door de ruit komt vallen: Jouw beeld wordt overstraald door het licht van buiten. Omgekeerd zal jouw reflectyie relatief veel licht bevatten ten opzichte van het licht van buiten. Daarom zie je, als je in een lichte ruimte staat, jhe eigen reflectie beter.

het licht van buiten valt op jou gezicht en dat licht spiegelt dan weer op de ruit. net als jij de reflectie van de maan ook in het water kan zien terwijl het geen lichtbron is maar licht weerkaatst van de zon.

Ja, gedeeltelijke reflectie heeft alles met fotonen en kwantummechanica te maken. Het probleem met de verminderde scherpte is inderdaad dat het licht vanachter het raam het spiegelbeeld overstraalt. Gedeeltelijke reflectie wordt erg goed uitgelegd in QED, een populair boekje van Feynman. Het komt er op neer dat er een kansverdeling is voor een gereflecteerd en en een doorgaand foton. Het foton kan op elke plaats in de glasplaat teruggekaatst worden, maar voor de meeste paden naar een bepaald punt (jouw oog bijv) moet een omweg gemaakt worden. Daardoor kun je ook een pad vinden met tegengestelde eigenschappen en daardoor worden de kansen voor dit soort omwegen tezamen 0. Alleen het pad met de minimale lengte blijft over en daarvoor geldt bij reflectie dat de hoek van inval gelijk is aan de hoek van uitval en voor het doorgaande foton de wet van Snellius. Om de percentages doorgelaten en gereflecteerd licht te berekenen kun je de wetten van Fresnel gebruiken.

Naast alle goede antwoorden nu een antwoord waarom het beeld onscherp (er) is. De binnenkant EN de buitenkant van de lagen glas geven allemaal een reflectie en of een verspringing (brekingsindex van glas is anders dan die van de lucht., je ziet dus bij enkel glas vier en bij dubbel glas 16 reflecties van jezelf, iedere lucht glas en glas luchtovergang geeft zowel verschoven beelden van het zonlicht zelf als van jou. Je wordt dus belicht door verschillende versprongen zonnenstralen die allemaal op ieder grensovergang ook weer een beeld vormen. De geringe verschuiving maakt dat het beeld herkenbaar is , maar minder scherp. Alleen wanneer de zon je loodrecht raakt en de ruit loodrecht op je kijkrichting staat (dus bij laagstaande zon) vallen alle reflecties over elkaar heen en zie je een scherp beeld van jezelf, welke door weinig contrast dan toch moeilijk(er) zichtbaar is. Dit aspect van je vraag kon ik niet terugvinden in de andere antwoorden.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100