Hoe heeft de kennisfilosofie zich ontwikkeld sinds Popper?

Sinds Popper zijn grote bijdrage heeft geleverd aan de kennisfilosofie en de waarheidsvinding, is er heel wat gebeurd. Er zijn critici opgestaan. Anderen hebben zijn ideeën juist verder uitgewerkt.

Ik dénk wel dat ik de ontwikkelingen ken, maar het kan geen kwaad dat te verifiëren. Ik zal bovendien niet alle ontwikkelingen kennen.

Dus:
--  Hoe is Poppers idee verder uitgewerkt?
--  Welke kritieken zijn er geweest op Poppers werk?
--  Wat is de huidige stand van het falsificatieprincipe?
--  Welke grote namen moet ik beslist lezen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Ha eindelijk een leuke filosofievraag waar ik met mijn kennis van mijn studie kan pronken. Dank hiervoor. Popper heeft heel veel invloed gehad. Met zijn falsificatie principe dacht hij de oplossing te hebben tot het grote probleem van de wetenschapsfilosofie namelijk het inductie probleem.(te weinig plek om dat uit te leggen zet er wel een link over bij). Kort gezegt was zijn oplossing dat kennis niet inductief is maar deductief. Als een idee onwaar blijkt te zijn wordt hij gefalcifieerd en alleen de krachtige theorieën die de waarheid dicht benaderen blijven zo over. Echter dit bleef niet stand houden waarom? Omdat het te streng bleek te zijn. Als je maar 1 bevinding doet dat de theorie onderuit haalt dan is je theorie voorgoed onwaar. Echter dit hoeft niet persé zo te zijn zo heeft Duhem aangetoond en is verder uitgewerkt door de Amerikaanse filosoof Quine. Ze zijn de bedenkers van het Duhem-Quine probleem. In het kort komt dat een theorie gebaseerd is op een lading andere aannames. Als je in dat geval een bevinding hebt gevonden die je hypothese onderuit haalt is niet persé je theorie onwaar maar misschien wel een aanname. Bijvoorbeeld je gaat bij het onderzoeken van een microbe er van uit dat de ruimte steriel is, maar dat is hij niet. Hierdoor werd Poppers falsificatie theorie in een klap onderuit gehaald. Wat er verder nog veranderd dat we vroeger dingen in waar of onwaar spraken. Tegenwoordig zien we dat dit te kort door de bocht is. We spreken over kansen. Het model dat we hiervoor gebruiken is het Bayesiaanse kansmodel. Dit is bedacht door Pascal maar is uitgewerkt door Ramsey Wat ook nog belangrijk is te noemen op dit gebied is de opvolger van Popper namelijk Kuhn. Kuhn beweerde dat kennis zich begeeft in een soort raamwerken dat hij een paradigma noemt. Al onze kennis is gebaseerd op een aantal zeer diepgewortelde ideeën. Alle theorieën zijn gebaseerd rond dat ene idee en bevestigen dit idee. Dit blijft zo gaan tot men ontdekt dat dit idee onhoudbaar is. In dit geval is er een soort revolutie in veranderd men radicaal van perspectief. Het beste voorbeeld hiervan is het Heliocentrisch wereldbeeld. Vroeger dacht men dat de aarde het centrum van het universum was. Kaarten van de hemel lieten dit ook zien hoe de zon om de aarde draaide. Echter op een gegeven moment kwamen we achter dat het andersom was. De aarde draait om de zon. Kennis is in dit geval niet vooruitgaand maar een grote opvolging van paradigma's (dus andere perspectieven)

Bronnen:
http://www.princeton.edu/~grosen/puc/phi20...

Het is met enige schroom dat ik een antwoord probeer te geven, want ik voel me er al een tijdje niet meer bij betrokken. Als je het hebt over Popper en falsificatie dan noemt men dat tegenwoordig liever wetenschapsfilosofie, maar er lijkt op dat gebied volgens mij weinig aan de hand te zijn. De belangrijkste filosofen die de draad van Popper nog hebben opgepakt waren Kuhn, Lakatos en Feijerabend. Daar hoor ik nergens meer over, regelmatig zie ik Popper en zijn falsificatietheorie nog genoemd, al weet ook iedereen dat je falsificatie niet zomaar overal voor kan gebruiken. En daarna werd het nogal stil, zullen we maar zeggen. Maar ook daar kan je niet zeker van zijn, want ook de filosofie is aan mode onderhevig; het was meer dan een halve eeuw ongebruikelijk om het in de filosofie nog over levensvragen te hebben, maar dat is ook weer helemaal terug. Wie weet ligt er vandaag of morgen dus weer een boek op de plank van een nieuwe wetenschapsfilosoof. Toegevoegd na 8 minuten: Pardon: Feyerabend.

In tegenstelling tot wat degenen beweren die deze filosofie bestrijden, nl. dat zij zich sinds 20 eeuwen niet meer ontwikkeld zou hebben, laat de geschiedenis van het materialisme ons juist zien dat deze filosofie als het ware levend en in voortdurende beweging is. In het begin van de geschiedenis van het denken, in de Griekse oudheid, bezaten de mensen nagenoeg geen wetenschappelijke kennis en waren de eerste geleerden tegelijkertijd filosofen. In die tijd vormden de filosofie en de pas opkomende wetenschappen immers nog één geheel, waarin het filosofisch denken een aanvulling van het nog zo beperkte wetenschappelijke onderzoek was. Toen de wetenschappen nauwkeuriger gegevens ter verklaring van de wereldverschijnselen gingen verschaffen, gegevens die niet meer strookten met de dogma’s van de idealistische filosofen of er zelfs ronduit mee in strijd waren, ontstond er een tweespalt tussen de filosofie en de wetenschap. Dit conflict met de toen heersende filosofie noopte de wetenschap zich van haar los te maken. “De wetenschappen bevrijdden zich zo snel mogelijk van alle filosofische omhaal en lieten het uitdenken van grote stelsels aan de filosofen over om zichzelf te kunnen bezig houden met beperkte vraagstukken, die voor een snelle oplossing rijp waren. Zo voltrok zich de scheiding tussen de wetenschap en de filosofie.” [8] Maar het materialisme dat met de wetenschappen geboren is, er steeds mee verbonden en ervan afhankelijk blijft, heeft zich met de wetenschappen verder ontwikkeld, totdat het in het moderne materialisme van Marx en Engels, het dialectisch materialisme, er opnieuw in slaagde de wetenschap met de filosofie te verenigen.

Bronnen:
http://www.marxists.org/nederlands/politze...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100