Hoe bereken je de kans op een ziekte bij stambomen?

bij biologie heb je van die eenvoudige stambomen waarin staat aangegeven welke mensen allemaal een bepaalde ziekte hebben. nu kan ik de genotypes enzo allemaal benoemen, maar we krijgen in het SE ook vragen over hoe groot de kans is dat een bepaald iemand een ziekte heeft in zo'n stamboom. hoe ka nik dit uit rekenen!?

Weet jij het antwoord?

/2500

Is het niet zo dat je 50 % van de genen van je ouders krijgt? Dus dan heb je 25% van de genen van je grootouders, etc,etc. Niet helemaal zeker ;) Toegevoegd na 1 minuut: En aannemende dat je het over erfelijke ziekten hebt..

Behalve dat je bij de kansberekening moet denken aan de helft van de genen van de vader en de andere helft van de moeder, is er ook nog de factor recessief of dominant, en er zijn nog ziekten die uitsluitend in de mannelijke lijn overerven, via vrouwen, bv de ziekte van Huntington. bv. A heeft een ziekte, B niet. A en B krijgen kinderen en die hebben 50% kans om die ziekte te krijgen. Hun kinderen weer 25%.

Bronnen:
http://www.kennisring.nl/smartsite.dws?id=36287

Het gaat het gemakkelijkst door een schema te tekenen. Stel je voor dat de moeder drager is van een ziekte die recessief is en overerfbaar via het x-chromosoom. We gebruiken X voor een x-chromosoom met het gen, x voor een x-chromosoom zonder het gen, en y voor het y-chromosoom, dat uiteraard het gen sowieso niet heeft. Moeder is: Xx Vader is: xy Dan krijg je het volgende schema (moeder bovenin horizontaal, vader verticaal links): ... ... X ... ... x . x . y Ingevuld: ... ... X ... ... x . x ... Xx ... xx . y ... Xy ... xy Als je dit schema invult, heb je dus vier verschillende combinaties: Xx xx Xy xy Goed, dan heb je dus vier mogelijke genotypes, met ieder een even grote kans (25%) om voor te komen. Twee van de vier opties bevatten het gen voor de erfelijke aandoening: Xx Xy Het kind heeft dus 50% kans om het gen te erven. Maar: het gen is reccessief. Dat betekent dat als er nog een x-chromosoom is dat het gen niet heeft, de drager niet ziek is. Xx (een meisje) zal de ziekte dus niet hebben. Xy (een jongen) wel. Maar één van de vier opties leidt dus tot de ziekte, dat is 25% kans. De vraag kan ook zijn: hoe groot is de kans dat het kind ziek is áls het een jongen/meisje is. In dat geval bekijk je de mannelijke opties: Xy xy 50% kans dus, één op de twee jongens heeft de ziekte. En de vrouwelijke opties: Xx xx 0% kans dus, geen van de meisjes heeft de ziekte. Wel is één op de twee drager.

Genetica, oke daarvoor heb je gegevens nodig. Het is belangrijk dat je bovenaan leest wat erbij staat voordat je je blindstaart op de cirkels en vierkantjes al of niet gekleurd. kijk naar de ziekte, volg die, kijk naar de verdeling man/ vrouw. kijk naar hoeveel van de kinderen het krijgt, of alleen de jongens of meisjes. zo kun je weten of het geslachtsgebonden is, of niet. dominant of recessief. Maar stambomen kijken is een vak apart. op de havo is nog goed te doen. 25, 50, 75, 100%, of 0 meestal die orde.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100