Waarom neemt bij depolarisatie het membraanpotentieel af?

Dit las ik in mijn boek:
'Door de positieve ionenstroom neemt het potentiaalverschil af, want de buitenkant van het celmembraan wordt minder positief ten opzichte van de binnenkant.'

Ik dacht zelf juist dacht het membraanpotentieel toeneemt bij depolarisatie, aangezien alle Na+ naar binnen stroomt.
De binnenkant van het membraan wordt dan toch juist veel positiever dan de buitenkant, dus wordt het membraanpotentieel groter?

Weet jij het antwoord?

/2500

De potentiaal ligt meestal in rust rond de -70 mV. Dit is de waarde in de cel die dus negatief is tov buiten. Als er positieve ionen naar binnen gaan, wordt de binnenkant positiever, dus wordt de membraanpotentiaal kleiner dan -70 mV, bijvoorbeeld -60 mV. Het potentiaalverschil wordt dus kleiner.

Per definitie neemt bij depolarisatie het spanningverschil tussen de membraamzijden AF, polarisatie geeft immers verschil aan. Bij polarisatie speelt verschil in concentratie tussen na en K aan weerszijden van het menbraam een rol, het myeline van Schwann is de isolator, in de onderbrekingen van dit myelium wordt na polarisatie weer Na teruggepompt zodat In de zenuwvezel het verschil in concentratie buiten de vezel van Na weer deels opgeheven wordt. Ik begrijp dat dat even lastig te snappen is als je het bredere verband in de zenuwwerking nog niet goed overziet. Dus normaal gesproken is in de zenuwvezel wat meer K+ (elektronegativiteit groter dan van Na+)dan Na+ aanwezig dan in het normale weefsel/plasma. Vandaar ook dat door kaliuminjectie in de ader bij lethal injection en euthanasie oa. het hart stopt, net als andere zenuwfuncties. Met excuses voor deze lugubere illustratie die ik uitsluitend vanwege de duidelijkheid heb toegevoegd.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100