Hoe zijn de uit de zee kruipende organismen er destijds in geslaagd zich tot vogels te ontpoppen?

Volgens de theorie die stelt dat het zou kunnen dat alle levende organismen oorspronkelijk uit de zee zijn gekomen, muteren organismen toevallig of om zich aan te passen aan de omgeving. Hoe moet ik me de ontwikkeling van landdier naar luchtzwever ongeveer voorstellen? Hoeveel jaren kan het mogelijks geduurd hebben vooraleer zo'n organismen de lucht in gingen?

Weet jij het antwoord?

/2500

De nu levende organismen hebben allemaal een verre verre voorvader die in de zee leefde. (Dat is subtiel iets anders dan dat alle levende organismen uit de zee zouden komen.) Ieder kind lijkt sterk op z'n ouders; het verschil is werkelijk minuscuul klein. Maar er is wel een ietsje-pietsje verschil tussen ouder en kind, en twee ietsjes tussen grootouder en kleinkind. En een heleboel hele kleine beetjes verschil na een heleboel generaties: genoeg om compleet anders te zijn dan die verre voorvaderen. Wat voor verschilletjes er optreden tussen ouder en kind is puur toevallig. Maar welke verschillen er meerdere generaties overleeft niet. De meeste verschilletjes zorgen ervoor dat je net ietsje minder kinderen krijgt dan je collega-dieren. Die kinderen hebben dezelfde mutatie en krijgen zelf ook minder kinderen. Jij krijgt dus heel weinig kleinkinderen, die weer voor nauwelijks achterkleinkinderen zorgen, etc. Op die manier sterven 'slechte' eigenschappen snel uit. Wat wel stabiel blijft bestaan over de generaties heen zijn de eigenschappen waardoor het voortbestaan van de soort wel verbeterd.

Dit gaat dan om miljoenen jaren. De evolutie zou landdieren eerst poten hebben gegeven (de vinnen?). Deze armen/poten zijn dan bedekt met haar, maar op een gegeven moment ook met rare haartjes, namelijk iets wat meer op veren begint te lijken. Daarna volgt de evolutie van het gebruik van de armen als vleugels door ontwikkeling van de spiermassa die daarvoor nodig is.

Evolutietheorie is een geloof. Er is nog nooit bewezen dat er evolutie buiten soorten is. Bijvoorbeeld van een zeekoe naar een koe op het land, ik noem maar wat. Evolutie binnen soorten is wel bewezen, dat is dat bijvb. een vogel zich aanpast aan zijn omgeving en dat zo generaties doorgeeft.

Ze zeggen dat dinosaurussen uitgestorven zijn. Maar als je beseft dat sommige dinosaurussen toen al vaker veren hadden zonder dat ze konden vliegen is het niet moeilijk voor te stellen dat juist een vogels dicht in de beurt komt van dinosaurussen. Het vliegen is ook niet vanzelf gegaan. Maar dat kunnen we nu nog steeds terug zien bij dieren die zweven. Er is zelfs een slang die gebruikt maakt van een zweef effect om naar een andere boom te zweven.

Ik denk dat het voortgekomen is uit een salamander soort die van boom tot boom moest zien te komen om zijn prooi te kunnen vangen. Het zou dus kunnen dat de salamanders die het verst konden blijven zweven meer kans hadden om meer eten te kunnen pakken omdat ze grotere afstanden konden overbruggen en dus de meeste overlevingskans hadden. Ik denk dat daar dus de vogel uit is ontstaan. Een beest dat niet alleen van boven naar beneden kon zweven maar zichzelf ook nog is in de lucht kon houden, en dus een veel groter bereik had om zijn prooi te kunnen opsporen. de salamander waar ik het over heb bestaat nog in de huidige wereld en heet: draco blanfordii

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100