Hét vraag- en antwoordplatform van Nederland

Op deze pagina vind je alle vragen in de categorie Astronomie. Vragen over aardrijkskunde, biologie, filosofie, natuur- en scheikunde, psychologie, sociale wetenschap, techniek en wiskunde vind je in één van de gerelateerde subcategorieën.

Nieuwste vragen

Wat houdt het precies in dat de richtingscoëfficiënt van het heelal gelijk is (was?) aan 1,8?

Als je een bol neemt met straal r en op de rand radiobronnen met een bepaalde waargenomen intensiteit is het aantal, Nzwak, van die bronnen evenredig met het oppervlak van je bol, oftewel evenredig met r^{2}.

De sterkere bronnen die zich dichter bij bevinden en dus in het gehele volume van de bol bevinden hebben een aantal, Nsterk, evenredig met het volume en dus evenredig met r^{3}.

Een grafiek van de \log {Nsterk} uitgezet tegen \log {Nzwak} zou daarom een richtingscoëfficiënt moeten hebben van 3/2, oftewel 1,5.

Uit waarnemingen bleek echter dat die richtingscoëfficiënt gelijk was aan 1,8.

-Waarom gebruikt men enerzijds r^2 en anderzijds r^3?
-Is de conclusie dan dat er relatief meer sterkere bronnen zijn dichter bij de aarde dan elders? Hoe komt dat?
-En moet je die sterkte van de bronnen nu absoluut of relatief beschouwen?
-Hoe kan, volgens de steady-statetheorie, van de bronnen hun intensiteit niet af nemen?

Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Steady-statetheorie

10 jaar geleden

In hoeverre is de kromming van de ruimtetijd relatief?

Dat de ruimtetijd gekromd is wordt door verscheidene experimenten zoals door de Einstein ringen bevestigt.
Die kromming wordt dan vaak eenvoudig voorgesteld als een trapeze met bal erin waarbij de massa de ruimtetijd kromt.
Nu blijkt dan wel dat licht afgebogen wordt door die kromming, maar hoe zit het dan met andere deeltjes? Neem het neutrino, zou voor dit deeltje de ruimte even gekromd zijn als voor een foton?

Want als de ruimtetijd zelf echt gekromd is moet deze daar toch dezelfde invloed van ondervinden, evenals dat het niet uitmaakt of ik in de trapeze een een vierkant gooi of een veer of een bal.

Het probleem lijkt me dat die trapeze kromming weliswaar duidelijk zichtbaar is, maar de ruimtetijd niet. Die is toch alleen indirect af te lezen uit de verschijnselen zoals licht.

Dus hoe weet men hóe krom de ruimtetijd is, die lijkt toch voor elk deeltje anders te zijn? Zou het dus kunnen, in een extreem relatieve interpretatie, dat voor het ene deeltje de ruimte bol gekromd is en voor het andere hol (of zadelvormig) gekromd is?

10 jaar geleden

Wat wordt er bedoeld met 'negatieve arbeid' bij de uitdijing van het heelal?

In een expanderend universum neemt de totale inwendige (vacuüm)energie toe, met een constante kosmologische constante die geïnterpreteerd wordt als de energiedichtheid van het vacuüm

Omwille van de wet van behoud van energie moet die extra energie ergens 'vandaan komen'. Dat wordt gecompenseerd in de vorm van een negatieve arbeid. Maar wat wordt daarmee bedoeld?

Zie https://www.ikhebeenvraag.be/vraag/15396/Verband-tussen-de-kosmologische-constante-en-uitdijing-universum

10 jaar geleden
logo van Kompas Publishing

GoeieVraag.nl is onderdeel van Kompas Publishing