Waarom is uvb straling niet altijd aanwezig als de zon schijnt?

Dit schijnt seizoensgebonden te zijn ( uvb straling Nederland: lente/zomer).

Verhoudingen qua afstand algemeen van de zon/zonnesterkte zijn in meerdere mate gelijk in de herft en lente.
Hoe komt het dan dat de herfst geen geschikt seizoen is voor uvb-straling en de lente wel?

Betekent dit ook dat Scandinavie of ander hoger gelegen delen in de wereld met een lagere factor uv-straling daardoor nooit uvb straling bevatten?

Weet jij het antwoord?

/2500

In het voorjaar komt de wind heel vaak uit het noordwesten tot noordoosten. Dat is dan vaak lucht uit de poolstreken. Deze is vaak zeer droog en erg schoon. Dus is de staling veel sterker dan in de herfst, dan heb je juist heel vaak zuidwesten winden en veel luchtvervuiling en vocht in de lucht. Daarom zou je in de herfst zo maar niet verbranden bij zonnig weer, maar om deze tijd, vooral maart/ april juist heel erg snel.

UVB straling is UV straling met een specifieke golflengte: 280-320 nm. De meeste UVB straling bereikt de aarde niet omdat deze wordt tegengehouden door de ozonlaag. De reden dat de hoeveelheid UVB straling toch varieert (met onder andere seizoenen) is dat de dikte van de ozonlaag varieert met onder andere seizoensinvloeden. In het bijgevoegde artikel (Engels) wordt het erg goed uitgelegd in Q3 en Q4. Korte samenvatting: Ozon wordt hoofdzakelijk boven de tropen geproduceerd maar door luchtstromingen in de stratosfeer getransporteerd richting de polen. De hoge ozon-concentratie in de lente (met name op hogere breedtegraden) is een gevolg van verhoogd transport van ozon naar de polen in de herfst en winter. Het ozon-transport is veel minder in de zomer en sowieso later op het zuidelijk halfrond.

Bronnen:
http://ozone.unep.org/Assessment_Panels/SA...