Waarom waait het in het dal zo veel?

Ik moet dit dus weten voor mijn profielwerkstuk. Het gaat over appelteelt in Zuid-Tirol. We zijn voor de informatie naar een fruitboer in Zuid-Tirol gegaan en die had in het Duits heel wat nuttige informatie gegeven. Nu is het zo dat we niet alles op hadden kunnen schrijven wat die man gezegd had. Hij vertelde dat Zuid-Tirol een gunstige ligging had voor de appelteelt en dat de appelboomgaarden in het dal geplant waren omdat het daar veel waait en de lucht er droog is. Nu wil ik graag weten waarom dit dan zo is, want mijn aardrijkskundeleraar heeft dit geprobeerd uit te leggen met allemaal moeilijke termen, waar we nog niets mee opschieten.
Alvast bedankt!

Weet jij het antwoord?

/2500

Warme lucht stijgt op, en koelt af - koele lucht daalt, warmt in het dal weer op, en stijgt. Zo houd je een continue luchtstroom op het laagste punt. Daarnaast kan het zo zijn dat een langgerekt dal gunstig ligt wat betreft de wind (evenwijdig aan de meest voorkomende wind). Wind heb je nodig om te zorgen dat de bomen en het fruit niet te lang nat blijven (want dan kunnen ze last krijgen van bijvoorbeeld schimmel). Te harde wind is ook niet goed, maar die valt te 'breken' door bijvoorbeeld een haag rond de boomgaarden.

Hippo gaf een verklaring waarom het vaak waait in de alpen. Ik wil hier graag iets aan toevoegen. De wind is vaak droog in zuid Tirol door de Alpen. In de Alpen komt de wind vaak uit zuidwestelijke richting door lagedrukgebieden thv Frankrijk. Ten zuidwesten van de Alpen ligt de Middellandse Zee wiens water relatief warm is. De lucht zal hierdoor veel vocht opnemen. Als deze lucht stuit op een berg kan het maar 1 kant op, omhoog. Wanneer lucht opstijgt word deze kouder. Koude lucht kan minder water bevatten dus zal het water condenseren. Er ontstaan wolken en er zal regen of sneeuw vallen. Als de lucht na het passeren van de top weer het dal in daalt zal deze lucht door adiabatische compressie weer opwarmen. Bij condensatie komt latente warmte vrij. De lucht wordt dus warmer, en droger. (Wanneer bij eenzelfde absolute vochtigheid de temperatuur toeneemt, zal de relatieve vochtigheid afnemen). Deze wind, die aan de lijzijde van de berg naar beneden komt, wordt ook wel de föhn-wind genoemd omdat hij zo warm en droog is. Komt de wind vanuit een andere richting, bijvoorbeeld het noordwesten, zal de wind niet eerst uitregenen en opwarmen over de alpen. Dit is ook niet nodig omdat de lucht al een langere afstand over land heeft gestroomd en dus al droger is geworden.