Wat is een open vraag en een gesloten vraag?

Plus een paar voorbeelden graag.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Een open vraag begint vaak met "wie, wat, wanneer, hoe, waar en waarom" Hierop valt niet te antwoorden met "ja of nee". Dit in tegenstelling tot een gesloten vraag. Het stellen van open vragen zal dus een gesprek veel beter op gang houden en nodigt de ondervraagde echt uit om te praten. Vooral omdat gesloten vragen nogal eens suggestief kunnen zijn, wat juist kan belemmeren om verder te praten. Door het stellen van open vragen kom je ook aan de meeste informatie. B.v.: Wat bedoel je daar precies mee? Hoe voelde je je toen? Waar ben je geweest? Waarom heb je dat toen gedaan? Wanneer wil je gaan? Wie kan daar wat meer over vertellen?

Gesloten vraag kan alleen maar beantwoord worden met ja of nee. VB: Kan ik u helpen? Nee Open vraag kan de beantwoorder helemaal zelf invullen met wie diegeen wilt. VB: Wat wil je eten? Patat met mayonaise

Open vraag: hoe gaat het met je? Gesloten vraag: gaat het goed met je? Op de eerste vraag kan je antwoorden wat je wil Op de tweede vraag, alleen met ja of nee of gaat wel. In ieder gevak is de keuze beperkt.

Een suggestief antwoord op deze vraag. Op onderstaande link vind je alle antwoorden http://nl.wikipedia.org/wiki/Vraag_(taal)

Bronnen:
wiki

Eentje uit de puberpraktijk: Open vraag: Hoe was je dag? (antwoord: mwrmwmlmwm) Gesloten vraag: Heb je nog cijfers teruggekregen? (antwoord: NEE!!!!)

Een open vraag: Wat deed jij gisteren na school? Hoe doe jij je huiswerk? Een gesloten vraag: Heb jij gisteren je huiswerk gemaakt? Ga jij vanavond nog naar voetbal(/tennis/judo etc. )? Een open vraag kan verschillende antwoorden hebben. Dit verschilt tussen personen. De antwoorden zijn meestal langer vergeleken met een gesloten vraag. Een gesloten vraag is vaak (ja, vaak) een vraag waarop je alleen maar ja of nee kan antwoorden.

Een gesloten vraag begint niet met een vraagwoord maar met een werkwoord. “Ga je morgen beginnen?” “Wil je hier eigenlijk wel werken?” “Moet je niet even met Jan gaan praten?” De ander moet eerst “ja” of “nee” antwoorden. Daarna kan hij gewoon zijn mond houden. Wat de vragensteller wil of vindt, is al in de vraag verpakt. De vraag is dus suggestief. De ander hoeft niet meer na te denken. Jij doet het werk wel voor hem. Gesloten vragen kunnen ook nog andere vormen hebben. Ze beginnen met een veronderstelling. “Ik denk dat je morgen moet beginnen. Vind je ook niet?” Of het is een keuzevraag: “Ga jij nu met Jan praten of zal ik het doen?” Hier zit ook weer een suggestie in. De ander is niet meer vrij om zijn eigen gedachten te vormen. Om het moeilijk te maken, zijn er ook nog half gesloten vragen. Je maakt daarmee heel duidelijk wat voor soort antwoord je wilt horen. “Wat vind je slecht aan het management?” Als je gesloten of half gesloten vragen stelt, ben je als vrager veel meer aan het woord. Terwijl je juist de ander moet laten praten. Je wilt immers informatie hebben over zijn mening of zijn gevoelens of je wilt gewoon zo veel mogelijk van zijn deskundigheid profiteren. Dat bereik je alleen door veel open vragen te stellen en ook zo min mogelijk te zeggen. Door open vragen te stellen nodig je je gesprekspartner uit veel informatie te geven. Dit in tegenstelling tot gesloten vragen waarop de ander alleen "ja" of "nee" kan antwoorden. Open vragen stellen is een basisvaardigheid voor goede gesprekken. Een open vraag is open naar je gesprekspartner. Je geeft hem alle ruimte om een antwoord te bedenken. De vraag begint met een vraagwoord: Wie, Wat, Waar, Wanneer, Hoe. Een vraag die met één van deze vraagwoorden begint, is onmogelijk met "ja" of "nee" te beantwoorden. De ander kan natuurlijk wel proberen een antwoord van één woord te geven maar meestal lok je met een open vraag minstens een hele zin uit. Dit is dan ook de beste manier om te beginnen met vragen stellen, bijvoorbeeld in een conflicthanteringsgesprek of ander zakelijk gespreksmodel.