Waarom is Nederlands zo lastig te leren voor de meeste buitenlanders ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Ik heb vaak buitenlanders geholpen met het leren van Nederlands en kan je precies aangeven waar de moeilijkheden zitten. 1) we hebben 15 open klanken! bal, baal, lek, leek, vis, vies, rok, rook, stug, stuur, vijl/veil, gauw/oud, leuk, uit, boek. Dat is veel meer dan in de meeste talen. 2) De g is in de meeste landen de g uit goal en niet zoals onze zachte g. 3) De samengestelde werkwoorden en de vervoegingen ervan. To agree: het ergens mee eens zijn. I agree: Ik ben het er mee eens. To matter: Er toe doen. It doesn´t matter: Het doet er niet aan toe. 4) De zinsvolgorde. Deze is afhankelijk van het voegwoord. Dat is in andere talen meestal niet zo. Ik kan niet komen WANT mijn fiets is kapot. Ik kan niet komen OMDAT mijn fiets kapot is. 5) Woordjes als "er", "toch" en "maar". Het woordje "er" gebruiken we in zoveel zinnen, terwijl het weinig betekenis heeft. "Heb je er aan gedacht dat er geen bier meer is?". "Je kunt ER MAAR beter niet naar toe gaan, toch? "Ik ga TOCH!" 6) Staan/liggen/zitten. There is a spot on the table: Er ZIT een vlek op de tafel. There is a glass on the table: Er STAAT een glas op de tafel. There is a book on the table: Er LIGT een boek op de tafel. 7) De/Het. In het Engels is het altijd THE. In het Spaans eindigen mannelijke worden vaak op een O en vrouwelijke op een A (niet altijd), hetgeen helpt bij de keuze tussen El of La. In het Nederlands zit er niks anders op dan te leren of je "de" of "het" moet gebruiken. 8) Geen duidelijke regels voor het gebruik van tijden. Voor de toekomende tijd gebruiken we gewoon de tegenwoordige tijd: "Ik kom morgen wel langs". Je kunt zelfs de verleden gebruiken: "Kwam jij nou morgen of overmorgen?". 9) Uitdrukkingen. Het Nederlands stikt van de uitdrukkingen. 10) De verandering van klanken bij het vervoegen van een werkwoord. Komen - Ik kom (niet "Ik koom") Dromen - Ik droom (niet "Ik drom") Ook hier zijn geen regels voor. Etc, etc,... en dan heb ik het nog niet eens gehad over de spelling.

Voorbeeld: Een buitenlander hoort het verschil niet tussen gras en gas; hart en haard; liggen en likken, dokter en dochter, etc.. zo kan ik blijven doorgaan. Het is mijn eigen ervaring Toegevoegd na 1 minuut: Het valt me trouwens op, dat nederlanders zelf moeite hebben met dingen al -ei, -ij. Toegevoegd na 3 minuten: Even een grapje: "ik ging likken voor de open hart met mijn dokter" ;)

Omdat het aantal uitzonderingen op de regels vaak groter is dan de taalconstructies die wél volgens de regels verlopen. Kortom: wil je Nederlands leren, ben je meer bezig met uitzonderingen leren dan echte regels. Gelukkig zijn wij er mee geboren en kennen we alle uitzonderingen zonder dat we acht op slaan.

Gramaticaal is Nederlands een heel erg moeilijke taal. Dat merk je heel goed aan de manier waarop allochtonen de zinnen opbouwen.

Nederlands is voor ANDEREN moeilijk te leren, maar weten we ook waarom? Na het lezen van onderstaand gedicht is het u vast duidelijk. Men spreekt van één lot, en verschillende loten, maar 't meervoud van pot is natuurlijk geen poten. Zo zegt men ook altijd één vat en twee vaten, maar zult u ook zeggen: één kat en twee katen? Laatst ging ik vliegen, dus zeg ik vloog. Maar zeg nou bij wiegen beslist niet: ik woog, want woog is nog altijd afkomstig van wegen, maar is dan 'ik voog' een vervoeging van vegen? Wat hoort er bij 'zoeken'? Jazeker, ik zocht, en zegt u bij vloeken dus logisch: ik vlocht? Welnee, beste mensen, want vlocht komt van vlechten. En toch is ik 'hocht' niet afkomstig van hechten. En bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep. En evenmin zegt men bij slopen 'ik sliep'. Want sliep moet u weten, dat komt weer van slapen. Maar fout is natuurlijk 'ik riep' bij het rapen. Want riep komt van roepen. Ik hoop dat u 't weet en dat u die kronkels beslist niet vergeet. Dus: kwam ik u roepen, dan zeg ik 'ik riep'. Nu denkt u: van snoepen, dat wordt dan 'ik sniep'? 'Ik gaf' hoort bij geven, maar 'ik laf' niet bij leven. Dat is bijna zo dom als 'ik waf' hoort bij weven. Zo zegt men: wij drinken en hebben gedronken. Maar echt niet: wij hinken en hebben gehonken. U ziet, onze taal beste dames en heren, is, net als ik zei, best moeilijk te leren

Bronnen:
Bundeltje

Omdat Nederlands een vrij onlogische taal is. Bedenk alleen al hoe veel autochtone Nederlanders problemen hebben met de Nederlandse taal. Dan is het voor een buitenlander helemaal lanstig.

In vergelijking met bijvoorbeeld engels is nederlands inderdaad moeilijker om te leren. Maar verder valt het best wel mee: er zijn veel moeilijkere talen om te leren: duits is een soort nederlands, maar dan met naamvallen (moeilijker dus), om het maar niet te hebben over russisch, fins of hongaars! Voorbeelden die ik in de overige antwoorden aantref (bijv. onregelmatige werkwoorden, woorden die meerdere betekenissen hebben) vind je in bijna alle talen.

Nederlands is een moeilijke taal. Een van de moeilijkste ter wereld. Dat is het al voor Nederlanders, laat staan voor mensen die van een ander land hier komen en het moeten leren. Ik ben hier geboren en getogen, heb Nederlandse ouders, en had Nederlandse groot- en overgrootouders en ik snap het soms nog niet. Er zijn zoveel uitzonderingen. Dan wel een dt dan weer alleen een t of een d. Wanneer met een ij en wanneer met ei. En wanneer wel of geen tussen-n. Zoals pannenkoek, kippenei of paddestoel. Waarom niet gewoon 1 taalregel voor alles. Er zijn ook woorden die je hetzelfde schrijft, maar anders uitspreekt en ook een andere betekenis hebben, zoals voorkomen. Dat kan zijn het voorkomen van een ongeval zijn. Maar ook voorkomen bij de rechter in de rechtszaal. En dat de elke zoveel jaar de spelling weer eens wordt veranderd helpt niemand om het Nederlands beter te begrijpen. Als het voor Nederlanders al soms niet meer te begrijpen is, hoe zou het dan voor nieuwkomers in ons land moeten zijn? Er is trouwens wel een makkelijk ezelsbruggetje voor wel of geen t achter een woord. Ik geen t Verder alle mensen t Behalve al jij erachter staat.

Het zal een kwestie zijn van hóé je de taal leert (het woordje 'hoe' zag ik het liefst in cursief staan, maar je kunt hier helaas geen tekst opmaken). Ik ken toch genoeg anderstaligen die onze taal hebben geleerd en dat uitstekend in de praktijk brengen, vaak wel met een accent, maar da's een ander verhaal. 'Het in de praktijk brengen' lukt je dan ook het best door niet alleen de theoretische stof tot je te nemen, maar vooral te oefenen in de praktijk. Om te beginnen heeft elke taal zijn spelregels en die zijn te leren. Veel Nederlanders kennen bijvoorbeeld exact de spelregels van het spelletje 'voetbal', maar nemen niet de moeite om de regels van hun eigen taal te leren, iets waar je dagelijks mee bezig bent. Een bijkomend probleem is dat buitenlanders, die hier wonen, buiten de deur misschien Nederlands praten, maar thuis hun eigen taal blijven spreken en naar niet-Nederlandse tv-zenders kijken.

Ten eerste zijn er klanken in het nederlands die voor buitenlanders heel moeilijk accentvrij te krijgen zijn : de eu, de ui, de au, en de ei, en de g en de r zijn ook vaak moeilijk goed uit te spreken. Dan inderdaad de vervoegingen van de werkwoorden - zit geen enkele logica in, en is dus ook niet uit te leggen. En dan zijn er nog de woorden die verschillende betekenissen hebben - denk aan "fijn". Fijn kan betekenen dat iets niet grof is, maar ook, dat iets leuk is, maar als iemand moppert : hij is fijn....zal hij daarmee aangeven ergens niet zo blij mee te zijn. Om nog maar even te zwijgen over "de" en "het" - was dat voor onze (over)grootouders nog een beetje te begrijpen toen er nog mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden waren, maar waarom is het "de" koe, en "het" paard, "de" straat en "het" huis? En dan moet je het nog leren schrijven ook.....

Ik ben het zeker niet oneens met de vorige reageerders. Ik wil wel twee dingen opmerken: 1. Andere talen hebben ook vaak vreemde onregelmatigheden. Daarin is het Nederlands niet uniek. Voorbeeld is het Engels waar je de 'ea'-klank op tig verschillende manieren kunt uitspreken en 'enough' bepaald niet op 'through' rijmt. 2. Het Nederlands is in elk geval een rijke taal, met enorm veel verschillende klinkers.

Niet voor alle buitenlandse mensen is Nederlands een moeilijke taal, ik ken een aantal mensen die vloeiend nederlands spreken. Volgens mij moet je ook het leervermogen ervoor hebben, en uiteraard krijgen sommigen de klank niet uit hun keeltje. Wij hebben wel een hele uitgebreide assortiement aan woorden en synoniemen en dat maakt het ook vaak moeilijk... Gelukkig kunnen we ook nog met handen en voeten werken en iets uittekenen.... Vandaag nog gesproken met twee arameense vrouwen de een sprak Nederland (redelijk) de ander niet, had na acht jaar hier wonen nog geen verblijfs vergunning dus mag ook hier nog niets leren, lekker krom he?

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100