Hoe kan de een sneller sprinten dan de ander?

Zonder dat diegene meer beenspieren heeft?

Weet jij het antwoord?

/2500

De gemiddelde rensnelheid bij atleten ligt op ongeveer 14,5 kilometer per uur. Maar bij absolute topatleten kunnen de maximumsnelheden oplopen tot bijna 40 km/h. Het Er is wel verschil tussen mannen en vrouwen, en dat wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het grotere gewicht en de langere benen van de mannen. Net als lopen bestaat rennen uit een cyclus: hetzelfde patroon wordt steeds herhaald. Het standbeen wordt krachtig afgezet, terwijl het andere been naar voren beweegt; beide benen zijn in de lucht (zweeffase), het volgende landingsbeen wordt vlak voor de landing gestrekt en buigt tijdens de landing door (inveren), om vervolgens weer te strekken voor de volgende afzet. Tijdens het rennen zijn de uitslagen in de gewrichten van de knie en enkel groter dan bij het lopen, en in het heupgewricht is het omgekeerd. Ook in de rest van het lichaam vinden grotere bewegingsuitslagen plaats. De armen bewegen bijvoorbeeld verder naar voren en naar achteren. Ook draaien de romp en het hoofd meer, om het draaien van het bekken als gevolg van het rennen te compenseren. Tot slot hangt tijdens het rennen het bovenlichaam meer naar voren en zijn sterke rug- en bilspieren nodig om te voorkomen dat de renner voorover valt. De algemene veronderstelling was dat hoe groter het vermogen is om zuurstof op te nemen tijdens de inspanning, des te beter de duurprestatie is. Maar Afrikaanse lopers hebben vergelijkbare waardes als hun Europese collega's, en toch lopen zij vaak voorop. Als verklaring hiervoor werd geopperd dat Afrikaanse lopers een betere ‘running economy’ hebben, dat wil zeggen dat ze op een bepaalde snelheid minder energie gebruiken dan de blanke atleten. Of anders gesteld: dat zij met dezelfde hoeveelheid energie een grotere afstand overbruggen. En uit onderzoek is gebleken dat dit inderdaad een heel belangrijke prestatiebepalende factor is. Dit wordt beïnvloed door de lichaamsbouw, waaronder onder meer het vetpercentage, de beenlengte, het beenvolume en de momentsarm van de achillespees ten opzichte van het enkelgewricht. En de stijfheid van de pezen en spieren van de benen is van belang, wat wordt aangestuurd door het zenuwstelsel. Een grotere beenstijfheid tijdens het lopen leidt tot kortere contacttijden (tijd dat de voet aan de grond is tussen twee stappen) en daarmee een toenemende loopsnelheid.

Bronnen:
http://vorige.nrc.nl//wetenschap/article22...
http://www.fgb.vu.nl/nl/Images/Running_eco...
http://www.natuurinformatie.nl/nnm.dossier...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100