Wie of wat is god?

Hoe leg ik aan een kind van zes uit wie of wat een God is?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Als het kind opgegroeid is in een niet-gelovig gezin, en dus niet bekend is met God en Jezus zou ik het alsvolgt zeggen: Heel veel mensen op de wereld geloven dat er iemand is geweest die alles op de wereld heeft gemaakt, dus ook de mensen. Dat is God. Zij zeggen dat deze God ook voor iedereen zorgt. Dat vinden de mensen heel bijzonder, en ook heel fijn. Als de mensen dan verdrietig zijn vragen ze God om hulp, dat noemen ze bidden. Ze praten dan hardop of zachtjes. Je kunt deze God niet zien, maar de mensen die dat geloven zeggen dat ze bij hem in de hemel gaan wonen als ze dood zijn. Dat geeft een fijn gevoel. God heeft ook een zoon, die Jezus heet. Jezus is wel op de aarde geweest, heel lang geleden, en heeft heel veel mensen over God verteld, en ook heel veel zieke mensen geholpen. Jezus zegt dat alle mensen van God zouden moeten weten en houden ,en dat ook alle mensen om elkaar zouden moeten geven. God is dus iets heel bijzonders en vol liefde voor iedereen die daarin gelooft.

Een kind van die leeftijd accepteert zonder meer dat God bestaat. Vooral als je zelf ook gelooft. Je kunt een kinderbijbel voorlezen b.v.

ik zou zeggen dat God iemand in je fantasie is waar je je veilig en gelukkig bij voelt.

precies zoals het is, ik weet natuurlijk niet wat jij geloofd, ik denk alleen dat als je zelf echt gelovig zou zijn, je deze vraag niet zou stellen. Ik zou het kind gewoon vertellen wat het is, zoals het is: Er zijn mensen die geloven dat er iemand is geweest heel lang geleden die alles gemaakt heeft.. de aarde, de sterren, de zon, de dieren, de mensen en dat hij ergens nog aanwezig is om ons bij te staan of ons te helpen als we ergens mee zitten. Er zijn ook mensen die geloven in allah, dat is eigenlijk hetzelfde als god. Er zijn ook mensen die geloven dat er meerdere goden waren, die ieder hun eigen bijzondere eigenschap hadden zoals bij de grieken. Er zijn ook mensen die niet echt geloven in een god, maar wel geloven dat er iets is, wat invloed op ons heeft of die dingen aan ons doorgeven en waar wij ooit weer naar toe gaan En... er zijn ook mensen die geloven niet in een god, die geloven niet dat er iemand heel lang geleden is geweest die alles heeft gemaakt. Toegevoegd na 26 seconden: Eventueel kan je dan vragen aan het kind wat hij/zij dan het liefst zou geloven.

Degene die alles heeft gemaakt,is God!

je kan zeggen dat God de vader is van alle mensen. en van hen houd alsof het zijn eigen kinderen zijn. en dat hij ze zelf gemaakt heeft.

Lees de eerste hoofdstukken van de Bijbel. Vertel zoals het daarin voorgesteld wordt. Niet meer, niet minder.

god woont in jou. het is je eigen scheppende kracht. niets meer en niets minder.

wat God is is natuurlijk heel subjectief maar daar is een kind niet veel mee. ik heb mijn dochter destijds verteld dat er een vlammetje is dat maakt dat wij leven en dat alles in de natuur leeft. dat vlammetje verbindt ons met elkaar en met de natuur. ik heb haar ook mooie verhalen verteld uit verschillende religies en haar zo getoond hoe God overal hetzelfde is en toch vaak anders wordt ervaren

"Een god is alles wat het bestaan inhoudt, gegoten in een menselijke vorm." En dan tegen de tijd dat ze 30 zijn liggen ze daar nog van wakker. ;-)

Voor alles is er een bestemde tijd, ook om met je kinderen over God te praten. Het is niet makkelijk, maar wat wel helpt is het juiste moment afwachten. prediker hfst 3 ;-). Een hulpmiddel is een boek met bijbelse verhalen, er bestaan zelfs bijbelse verhalen in stripverhaal. God heeft voor ieder van ons een brief geschreven, de bijbel, maar het kan ook een stripverhaal zijn . ;-)

Een kind heeft meestal zodanig veel synapsvorming dat het minstens geniaal te noemen is. Maar het is fysisch soms wat hulpeloos (de reden waarom we dat zijn is omdat ons hoofd te groot zou zijn om door het geboortekanaal te gaan) en onze hersenen zijn zo groot omdat we zo'n gigantisch fijne motoriek (niet alleen vingers maar ook onze taal en tongzoenen horen daarbij) hebben. Als je 'groter wordt', moet je meer en meer op je eigen poten staan, zelfstandig jagen en voor anderen zorgen. Dit zorgt voor wetenschap maar gelijktijdig denk je dat je zo je geloof verliest. Geloof is ALTIJD een kindsgeloof. De vraag die je volgens mij hier stelt is eerder: Hoe leg ik een kind van zes uit wie God is als ik zelf twijfel of hij wel bestaat en ik hem eigenlijk niet meer zie. Je moet daarvoor eigenlijk terug naar je eigen zes jaar (of vroeger of later). Ik ben vooral een wetenschapper geworden, maar heb een extreme godservaring gehad toen ik doodviel in de loopgraven. Pas bij een tweede doodservaring leerde ik de werkelijkheid te zien dat dit een verklaarbaar proces was. Maar mijn hoogbegaafde vader en ook Einstein en vele anderen werden terug almaar christelijker naarmate hun dood naderde. Dit is NIET tegengesteld. Ik geloof in de hostie omdat ik daar als kind in geloofde en ik hou van mensen omdat ik als kind al altijd die emoties de moeite en vooral... VANZELFSPREKEND vond. Omgekeerd geloof ik rationeel vooral in de beperkte maakbaarheid, maar hoe beperkt ook, je kunt veel beïnvloeden. Ook dit kind dat opkijkt naar jou en veronderstelt dat jij alles weet. Mijn zoon gaf mij op nog geen tweejarige leeftijd mijn kindgeloof terug, zie http://logocom.be/poezie/overlijden/0505-zelfmoord-stefan-alleweireldt.htm Kijk in iemands ogen en stel niet de vraag maar vind het antwoord!

Bronnen:
Mijn leven