Waarom zwierf Mozes uit de Bijbel 40 jaar door de woestijn?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

40 is het getal van de loutering waarin iemand wordt beproefd en hij uiteindelijke zal tonen aan welke kant hij staat. Je kunt dit getal gewoon letterlijk nemen. - God liet het tijdens de zondvloed 40 dagen regenen om de aarde te zuiveren - God zou Sodom en Gommora sparen als er 40 oprechten werden gevonden - Izak wacht 40 jaar tot hij de beste vrouw gevonden had - Ezau was 40 jaar oud toen hij een heidense vrouw verkoos boven zijn erfdeel - De egyptenaren balsemde Jacob/Israel 40 dagen - Mozes leefde 40 jaar in afzondering in de woestijn - Mozes was 40 dagen op de berg - Het volk Israel at 40 jaren mannah - De tabernakel moest worden gedragen door 40 zilvere voeten - De 12 verspieder verkende 40 dagen het beloofde land - Als straf voor het ongeloof moest het volk 40 jaren doorbrengen in de woestijn - Mozes vast 40 dagen om te bemiddelen voor het volk - Toen Israel God verliet werden ze 40 jaar geteisterd door de Midianieten - Tijdens moreel verval had Israel 40 jaar de richter Eli - Toen Israel God weer verliet werden ze 40 dagen uitgedaagd door de Filistijnen - Israel bloeide op onder 40 jaar leiding van koning Saul, idem David, Salomo en Jehu - Ezechiel moest 40 dagen de zonde van het volk dragen - Ezechiel spreekt oordeel over Egypte uit en voorspeld een ballingschap van 40 jaar - Nineve kreeg 40 dagen om zich te bekeren - Jezus werd 40 dagen verzocht in de woestijn - Als louteringsstraf legde de joden 40 stokslagen -1 op

De reden dat hij door de woestijn zwierf was inderdaad dat zijn volk het gouden kalf aanbad. De reden dat het 40 jaar was, is dat dat (in die tijd) precies één generatie was. De generatie die aan god twijfelde zou het beloofde land niet zien.

Het volk werd teruggestuurd de woestijn nadat ze aangekomen waren bij het aan hun beloofde land Kanaän omdat ze niet vertrouwden op God. Hoewel het genoemde gouden kalf uit de andere antwoorden daar één van de uitingsvormen van was, was dit niet de directe aanleiding hiervan. Mozes had twaalf verkenners vooruit gestuurd om verslag uit te brengen van het land. Tien van die verkenners vertelden dat hoewel het een mooi en goed land was, ze het nooit in zouden kunnen nemen omdat de mensen die er woonden, te sterk waren. Slechts twee van hen, Jozua en Kaleb, geloofden dat God hen het land in handen zou geven zoals het ook aan hen beloofd was. Omdat het volk de tien verkenners volgden in hun ongeloof, stond God niet toe dat die generatie het land in zou gaan. Iedereen die op die dag twintig jaar of ouder was, zou in de woestijn sterven voordat hun kinderen het land binnen mochten gaan. Met uitzondering van Jozua en Kaleb, omdat zij wél geloofd hadden. Je kunt dat lezen in Numeri 13 en 14: (..)Nadat ze het land veertig dagen lang verkend hadden, keerden ze terug (en) vertelden ze aan Mozes: (..) de bevolking van dat land sterk is. De steden zijn versterkt en heel groot (..) Kaleb (..) zei: ‘We kunnen zonder probleem optrekken en het land in bezit nemen. We kunnen dat volk makkelijk aan.’ Maar de mannen die met hem mee waren geweest zeiden: ‘We kunnen dat volk niet aanvallen, het is te sterk voor ons.’ En ze vertelden de Israëlieten allerlei ongunstigs over het land dat ze verkend hadden. (..) Hierop barstte het hele volk in tranen uit, heel de nacht door klonk hun gejammer. Ze begonnen zich allemaal te beklagen. (..) tegen elkaar zeiden ze: ‘Laten we een leider kiezen en teruggaan naar Egypte.’ (..) Jozua (..) en Kaleb (..) zeiden tegen de Israëlieten: ‘Het land (..) is een buitengewoon goed land, een land dat overvloeit van melk en honing. Als de HEER ons goedgezind is, zal hij (..) het ons geven. (..)De HEER zei tegen Mozes: ‘Hoe lang zal dit volk mij nog afwijzen? Hoe lang nog zal het weigeren op mij te vertrouwen ondanks alle wonderen die ik verricht heb? Ik zal (..) het verhinderen het land in bezit te nemen. (..) Mozes zei tegen de HEER (..) toon uw grote trouw en vergeef dit volk zijn schuld (..) De HEER antwoordde: ‘Ik zal vergeving schenken (..) Maar (..) niemand van hen die mij hebben afgewezen krijgt het te zien (..) met uitzondering van uitzondering van Kaleb (..) en Jozua. (..) Jullie kinderen (..) zal Ik er wel brengen.(..)

God leidde Zijn Volk in en door de woestijn om hen op de proef te stellen: “‘Wees niet bang, God is gekomen om u op de proef te stellen en u met ontzag voor hem te vervullen, zodat u niet meer zondigt.” http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Ex+20&id18=1&l=nl&set=10 Want er was een kortere weg: “Toen de farao het volk had laten vertrekken, leidde God hen niet langs de weg die door het gebied van de Filistijnen loopt, ook al was dat de kortste route. God dacht namelijk: Als ze strijd zouden moeten leveren, konden ze wel eens spijt krijgen en teruggaan naar Egypte. Daarom liet hij het volk een omweg maken en door de woestijn naar de Rietzee ( = Schelfzee) trekken”. http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Ex+13&id18=1&l=nl&set=10 Die gebeurtenissen van toen hadden nog een belangrijke functie; zij werden opgeschreven om als waarschuwing te dienen voor latere geslachten: “En toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de woestijn. Deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden”. http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=1+Kor+10&id16=1&l=nl&set=10 “wie waren het dan die zijn stem hoorden en toch opstandig werden? Waren dat niet degenen die onder Mozes’ leiding uit Egypte waren weggetrokken? En van wie heeft Hij een afkeer gehad, veertig jaren lang? . . . . Zo zien wij, dat zij niet konden ingaan wegens hun ongeloof”. http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Heb+3&id42=1&id18=1&id16=1&l=nl&set=10

Slechts twee van de twaalf verspieders die naar het Beloofde Land waren gezonden, hadden na hun terugkeer een geloof dat sterk genoeg was om hun broeders ertoe aan te sporen het land binnen te vallen en te veroveren. Wegens dit algemene gebrek aan geloof besloot Jehovah derhalve dat — op enkele uitzonderingen na — allen die boven de twintig jaar waren en die uit Egypte waren weggetrokken, daar in de wildernis zouden sterven (Nu 13:25-33; 14:26-34). En zo kwam het dat het reusachtige kamp van Israël veertig jaar lang op het Sinaï-schiereiland rondtrok. Zelfs Mozes en Aäron stierven zonder een voet in het Beloofde Land te hebben gezet.