hoe kan het eigenlijk dat de joden niet in jezus geloven in zijn hoedanigheid als zoon van god terwijl hij zelf een jood was?

Weet jij het antwoord?

/2500

Jezus was inderdaad zelf joods. Als je het heel simpel uitlegt is het christendom begonnen als een afsplitsing van het jodendom. De leerstelling dat Jezus de Messias en de zoon van God was werd door sommige joden wel geloofd (zij werden dus christen) en door sommigen niet (zij bleven joods).

Er zijn wel "Messias-belijdende Joden". Er zijn ook heel veel Niet-Joden die niet in Jezus geloven. Joden erkennen natuurlijk wel het bestaan van Jezus, maar niet zijn aanspraak dat hij de Messias was. Anderzijds: heel veel Joden hebben zich in de loop van de geschiedenis wel bekeert tot Christus. Zoals ook heel veel christenen Jezus de rug hebben toegedraaid. Ten dele speelt ook wat Jezus zei: "een profeet wordt niet geëerd in eigen land".

Vanuit het jodendom is er geen sprake van een goddelijke zoon. De visie die de christelijke Kerk er later op heeft geplakt heeft Jezus (vzmh) ook niet gepredikt. De kans dat áls Jezus (vzmh) inderdaad heeft gezegd dat hij de zoon van God was dat ook letterlijk bedoelde is minimaal. Zo wordt ook over David (vzmh) in de Bijbel gesproken als de zoon van God. Als Jezus (vzmh) al zoiets gezegd heeft, dan zal het bedoeld zijn als de zorgzaamheid van God voor ons; ons verzorgen en belonen en straffen uit liefde. Volgens de islaam was Jezus (vzmh) een hanif, een monotheïst die voor de openbaring van de islaam al de ene God aanbad.

Door misvattingen, sociale druk en vervolging. In de tijd dat Jezus werd geboren, verwachtten veel Joden dat de Messias zou verschijnen. Onder de Joden werd in die tijd algemeen geloofd dat de Messias zou komen om hen van het onderdrukkende Romeinse juk te bevrijden en het aardse koninkrijk Israël te herstellen. Voordat Jezus met zijn bediening begon, waren er een aantal charismatische leiders opgestaan die gewelddadig verzet tegen de bestaande politieke heerschappij hadden bepleit. Wat die mannen hadden gedaan, was waarschijnlijk van invloed op wat het volk van de Messias verwachtte. Jezus stak sterk af bij die valse messiassen. Hij bevorderde geen geweld maar leerde zijn toehoorders hun vijanden lief te hebben en onderworpen te zijn aan de autoriteiten (Mattheüs 5:41-44). Het volk liet zich heel sterk beïnvloeden door vooropgezette ideeën over de Messias. Tegen de tijd dat Jezus naar de aarde kwam, weken het Joodse religieuze denken en handelen sterk af van wat in de geïnspireerde Geschriften werd onderwezen. De toenmalige religieuze leiders, de sadduceeën, farizeeën en schriftgeleerden, hielden menselijke overleveringen hoog en stelden die boven Gods geschreven Woord. Steeds weer beschuldigden ze Jezus ervan de Wet te overtreden omdat hij wonderbare genezingen op de sabbat verrichtte. Door hun onschriftuurlijke leringen krachtig te weerleggen, vocht Jezus zowel hun gezag aan als hun aanspraken op een goedgekeurde positie bij God. Daar komt nog bij dat Jezus van eenvoudige komaf was en niet zoals zij een officiële religieuze opleiding had genoten. Geen wonder dat het voor zulke trotse mannen zo moeilijk was Jezus als de Messias te erkennen! Nadat Jezus Lazarus had opgewekt, beraadslaagden de leiders van de verschillende religieuze groeperingen met elkaar en zeiden: „Wat staat ons te doen, want deze mens verricht vele tekenen? Als wij hem zo laten begaan, zullen zij allemaal geloof in hem stellen, en de Romeinen zullen komen en zowel onze plaats als onze natie wegnemen.” Uit vrees hun macht en positie te verliezen, spanden de religieuze leiders samen om zowel Lazarus als Jezus te doden! — Johannes 11:45-53; 12:9-11. Door de houding van de eerste-eeuwse Joodse religieuze leiders ontstond er een sociaal klimaat van vijandigheid tegen iedereen die Jezus als de Messias aanvaardde. Iemand die zich publiekelijk als een volgeling van Christus identificeerde, riskeerde de banvloek en zelfs geweld.