Eerlijk antwoorden of meegaan in de fantasie als kind van 5 vragen stelt?

Mijn zoontje is er nu 5. Hij gaat volledig op in zijn fantasiewereld en is een grote fan van die Lego tekenfilmreeks Ninjago.

Ninjas, senseis, spinjitsumeesters, anacondraï, grote krijgers, stenen krijgers,... een hele fantasiewereld! Ik vind het zelf ook wel leuk.

Nu vraagt hij af en toe heel serieus: "Papa, stenen krijgers, bestaat dat echt?".

Of "Papa, bestaat Sensei Wu echt?"

Wat antwoord ik dan het beste? Zeggen "Ja, zeker, natuurlijk!" of uitleggen dat dat enkel in tekenfilms bestaat (en dus voor een stuk zijn fantasiewereld kapot maken)??

Ander voorbeeld, we waren in een pretpark waar een (uiteraard) nagemaakte vulkaan om het uur of zo vuur spuwde.

Mijn zoontje: "Papa, is dat een echte vulkaan?"

Natuurlijk is het antwoord op bepaalde vragen evident. Natuurlijk bestaan Sinterklaas en de Kerstman! Maar wat antwoord ik het beste op vragen zoals "Bestaan stenen krijgers (uit Ninjago)?"???

Dank!
Peter

Weet jij het antwoord?

/2500

Op het moment dat hij vraagt: "papa bestaat dat echt?", is het tijd om eerlijk te zijn. Leg hem uit dat dit echt bestaat, maar wel in een andere vorm, of dat dit niet (meer) bestaat. Kinderen op deze leeftijd zijn erg leergierig, profiteer daarvan. Een leuke manier om het op een later tijdstip, maar wel zo snel mogelijk nadat de vraag er was, echt duidelijk te maken is, koop of leen een boekje, waar het verhaal duidelijk in staat, met duidelijke plaatjes, de plaatjes kun je hem laten zien en het verhaal kun je op een levendige, iets spannende manier erbij vertellen. Praat met ouders op het schoolplein, tot welke leeftijd zijn Sinterklaas en de Kerstman in leven houden, zodra 1 kind de waarheid kent, begint de twijfel bij jouw kind. Ook als deze vraag komt, direct eerlijk zijn, het feest verpest je hiermee niet, want de twijfel en spanning slaat ieder jaar weer toe, als de Sint arriveert. Dat gevoel verdwijnt vanzelf als hij eraan toe is. Veel plezier met je zoon. Toegevoegd na 9 minuten: Je kunt nadat je uitgelegd hebt, hoe het echt zit, rustig de volgende dag vragen of hij riddertje (of wat dan ook) wil spelen en hem dan weer op laten gaan in de fantasie.

Tijdens het spel is het uiteraard leuk om erin mee te gaan, dat heet spelen! Je speelt alsof en dat maakt alles spannender voor een kind. Het is zo belangrijk om de fantasie van een kind te stimuleren, want dit is vereist om creatief te denken en creatief denken is inherent met intelligentie. Wanneer een kind echter twijfelt of iets wel kan en gericht vragen stelt om iets te WETEN, dan vertel je natuurlijk de waarheid. Doe het dan wel op een omzichtige manier en niet keihard, recht voor zijn raap. Je moet een kind ook niet meteen zijn/haar illusies wegnemen. Mijn zoontje had ook als kleuter een geweldige fantasie en ik speelde altijd zijn spel mee, hij wilde namelijk graag samen spelen, hoewel hij het ook goed alleen kon. Vroeg hij echter gericht over iets, dan vertelde ik wel de waarheid, zodat hij wist hoe het zat. Daarna zei ik dan; "Maar we kunnen wel spelen dat het zo is en doen alsof hè?" Hij ging dan direct gewoon verder in zijn spel en voor hem bestond alles weer zoals hij bedacht had. Een kind vergeet heel snel en past zch weer heel snel aan!

Ik ben helemaal voor eerlijkheid, maar ik moet eerlijk zeggen (....) dat dat soms wel veel van je kennis vraagt - en kennis die je niet altijd even makkelijk over kunt dragen op je kind. En sommige "leugentjes" móet je even in stand houden, gewoon voor de leuk - of omdat klasgenootjes er nog niet aan toe zijn. Sinterklaas bijvoorbeeld. Je kunt je er soms makkelijk afmaken met "ja" of "daar wel", maar eigenlijk is het ook vaak een mooie gelegenheid om stapje voor stapje de "magische" wereld waarin hij op zijn vijfde nog helemaal zit , over te laten gaan in de wonderlijke echte wereld waar hij als pakweg 7-10 jarige aan toe is. Vooral als je kind ergens báng voor is, is het fijn hem te kunnen laten weten dat dat waar hij bang voor is niet echt bestaat (tenzij hij bang is voor iets wat echt eng is.....dat is weer een ander verhaal). Maar als hij iets juist helemaal fantastisch vind, kan het nog wel eens pijnlijk zijn, en dan is er een beetje omheen draaien ZONDER te liegen (want vroeg of laat komen ze daar achter) vaak de beste keus. Toen mijn dochters wilden weten of zeemeerminnen echt bestaan (helemaal fan van Ariel) heb ik het er maar bij gelaten dat nog nooit iemand er eentje in het echt gezien heeft, en dat ze in elk geval niet aan land kunnen komen en benen krijgen. Dat dat gewoon een mooi verhaaltje is. Daar nam ze genoegen mee. Maar toen ze vroeg waarom ZIJ van Sinterklaas een chocoladeletter en een leuk armbandje in de schoen kreeg en haar klasgenootje een nieuwe fiets, heb ik wel meer waarheid moeten onthullen dan ik op die leeftijd gewild had - al heb ik me er nog aardig uitgeluld. En...in heel veel situaties is "dat weet ik niet" ook een heel goed antwoord. Kinderen mogen best weten dat ook hun ouders niet ALLE wijsheid in pacht hebben. De stenen krijgers uit Ninjago ken ik niet, maar je kunt vast wel uitleggen dat er wel een stenen leger bestaat, maar dat die niet in het echt levend kunnen worden ; dat is voor de film. En dat Ninja's en Senseis wel echt bestaan/bestonden, maar dan een beetje anders dan in het verhaal (en de rest van de uitleg op niveau houden). Stapje voor stapje kennis maken met de echte wereld en en passant zijn kennis vergroten ; dat is de leukste uitdaging.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100