Op welk tijdstip van de dag regent het gemiddeld het meest?

Is dit bijvoorbeeld s'avonds omdat dan de hele dag water heeft kunnen verdampen door de zon?

Weet jij het antwoord?

/2500

Soms zie je op Buienradar neerslaggebieden van elders aan komen drijven. Dan is er (dus) bewolking, en dán speelt de zgn. “dagelijkse gang” van het weer geen echte rol. Luchtmassa’s met die soorten neerslag ontstaan doordat bijvoorbeeld een relatief iets warmere luchtmassa naast een iets koelere luchtmassa komt te liggen; dan vloeit de lichtere ‘warme’ luchtmassa over de zwaardere lucht uit en wordt door die iets zwaardere luchtlaag geleidelijk omhoog getild. Bij dat opgetild worden koelt lucht af (door uitzetting) en daardoor wordt de relatieve vochtigheid steeds groter. Tot die 100% bereikt: dan condenseert een deel van de onzichtbare waterdamp (een gas) tot microscopisch kleine wolkendruppeltjes: er ontstaat een zichtbare wolk. De doorgaande optilling veroorzaakt een langgerekt gebied met steeds dikkere bewolking, en een vaak brede strook lucht waar door vorming van grotere druppels ook neerslag uit valt. Intens somber “Hollands” weer, maar dat komt dus ook elders in gematigde gebieden voor. Dit verschijnsel trekt zich weinig aan van dag of nacht (en ook niet van land of zee eronder). En als dit alles was, dan zou er dus nauwelijks verschil zijn in de loop van de gemiddelde dag! Echter: dat verschil is er bij onstabiel vaak wél. Bij zonnig weer kan de zon in de loop van de ochtend het land opwarmen. Het land warmt op zijn beurt de onderste laag lucht op. Boven steden en droge akkers en stukken zandgrond warmt de lucht sneller op dan boven vochtiger weidegebieden en schaduwrijke bossen, en meren. Door plaatselijk opstijgen van die opgewarmde lucht kunnen zulke lucht’bellen’ zelfs zo hoog stijgen dat de uitzetting en dus afkoeling tijdens dat stijgen voor condensatie zorgt: er ontstaan mooi-weer-wolkjes. En die kunnen bij een bepaalde temperatuursamenstelling van de hogere luchtlagen soms uitgroeien tot grote ‘bloemkolen’ en daarna enorme buienwolken. Nou, en dít soort buiige neerslag zie je dus vooral in de tweede helft van de middag en daarna. En hierdoor is er dus per saldo in het tweede deel van de middag en in de avond vaker neerslag dan op andere tijden. En die buiige neerslag is vaak ook een stuk feller, intenser. Antwoord is dus: de veronderstelling klopt! Zweefvliegers kunnen in zweefvliegtuigen lange vluchten maken door gebruik te maken van stijgende luchtbellen maar moeten weg blijven van buien. Al doende kom je dat soort dingen aan de weet. En dan moet je het nog navertellen, en bijschaven. Een goede uitleg hiervan vond ik niet.

Bronnen:
http://www.weer.nl/nieuws/detail/2010-04-1...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100