Kan iemand bervoorbeeld persoonsvormen enz voor mij zegge en dan zeggen hoe je deze zeg maar kan vinden? :P

Is mischien een beetje een rare vraag maar ik bedoel dus persoonsvorm heb je en je hebt werkwoordvorm enz
Kan iemand ze voor mij allemaal opnoemen en hoe je dus kan vinden in een zin :P

Toegevoegd na 15 minuten:
Ik bedoel dus want het bleek een beetje onduidelijk de zijn :P Ik bedoel dus je hebt allemaal vormen maar al die vormen vind ik best ingewikkelt dus zijn er handige hoe je ze kan vinden en mischien truukjes ofzo.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Hoe je de pv vindt, heeft Melanie heel goed uitgelegd, daarvoor een +. Maar hoe nu verder... Als de zin in de tegenwoordige tijd is, komt er soms een extra T bij. ik loop jij loopT (maar: loop jij, omdat jij erachter staat) hij/zij loopT Als je twijfelt of je een extra T moet schrijven, dan vervang je het even door loop. Als loop een extra T krijgt (loopt), dan schrijf je de extra T, dus: ik vind (want: ik loop) jij vindt (want: jij loopt), vind jij (want: loop jij) hij/zij vindt (want: hij/zij loopt) Voor de verleden tijd, neem eerst het hele werkwoord en haal er -en van af, bijvoorbeeld dansen. Zonder -en wordt dat dans. Check die letter met 'T KoFSCHiP. Zit de letter er in, dan schrijf je achter de gewone ik-vorm (ik dans) -te bij 1 persoon en -ten bij meerdere personen. Dus: ik danste, wij dansten. Zit de letter er NIET in (bijvoorbeeld reizen, dat wordt reiz), dan schrijf je achter de gewone ik-vorm (ik reis) -de bij 1 persoon en -den bij meerdere personen. Dus: ik reisde, wij reisden. Dat geldt ook voor het voltooid deelwoord wat betreft de T (als de letter in 'T KoFSCHiP zit) en de D (als de letter NIET in 'T KoFSCHiP zit. dansen - dans (S zit in 'T KoFSCHiP) - ik dans dus: ge-dans-t reizen - reiz (Z zit niet in 'T KoFSCHiP) - ik reis dus: ge- reis -d Een stapje verder voor als je het goed begrepen hebt: Bij 'buitenlandse woorden' luister je naar de klank. Faxen spreek je uit als 'faksen', -en eraf, dan hoor je 'faksss', s zit in 'T KoFSCHiP, dus: ik faxte. Faken spreek je uit als 'feeken', -en eraf, dan hoor je een k, k zit in 'T KoFSCHiP, ik-vorm is ik fake, dus verleden tijd: ik fakete

De persoonsvorm in een zin kun je op verschillende manieren vinden. Ik neem even een zin als voorbeeld: "Jantje loopt op straat". 1. Maak de zin vragend. - Loopt Jantje op straat? De persoonsvorm is het woord wat vooraan komt te staan. 2. Zet de zin om naar verleden tijd. - Jantje liep over straat. De persoonsvorm verandert naar de verleden tijd. 3. Zet de zin in meervoud. - Jantje en Henk lopen over straat. De persoonsvorm verandert naar het meervoud. Als je deze drie hebt 'getest' op je zin, weet je dat het werkwoord de persoonsvorm is.

De persoonsvorm is dus al uitgelegd. Dan heb je nog het meewerkend voorwerp, deze kan je vinden door de vragen aan wie of wat + gezegde + onderwerp. Als de zin dan bijvoorbeeld is Jantje geeft zijn moeder een kado. Dan vraag je aan wie of wat geeft(gezegde) jantje(onderwerp) een kado. En het antwoord daarop is je meewerkend voorwerp. In dit geval is het meewerkendvoorwerp: aan zijn moeder. Was dit wat je wilde weten?

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100