Is ontgroend/ontgroent met een d of een t?

Toegevoegd na 1 minuut:
En waarom dan?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het is "Hij ontgroent de studenten" : stam + t En "Hij is ontgroend", voltooid verleden tijd, zie de kofschipregel hierboven.

Ontgroend. Met een D. Toegevoegd na 2 minuten: Je kan dat weten door het volgens ezelsbruggetje te gebruiken: 'T KoFSCHiP. Pak de stam van het werkwoord: Ontgroen (van ontgroenen) Wat is de laatste letter? N. Zit deze letter bij de hoofdletters in het bovengenoemde woord? Nee. Dan schrijf je het met een D. Zit de eindletter van de stam wel in 'T KoFSCHiP, dan schrijf je het voltooid deelwoord met een T.

Het is ontgroend. Als je twijfelt bij dit soort woorden, er even een zinnetje van maken. "de ontgroente student" "de ontgroende student" Je ziet het juiste antwoord dan direct. Toegevoegd na 13 minuten: Amadea en bamibal melden hieronder in andere antwoorden dat het ook ontgroenT kan zijn. (hij ontgroent) en dat is natuurlijk geheel correct. Dat heb ik over het hoofd gezien ;-)

Dat hangt ervan af of het gaat om een voltooid deelwoord of om onvoltooid tegenwoordige tijd in de tweede persoon gaat. De nieuwe student wordt ontgroend, dat schrijf je dan met een d. Maar de derdejaars die het ritueel uitvoert die ontgroent.

Ik weet niet veel van kofschip,maar als je ontgroent in de 3e of 2e persoon enkelvoud,lijkt het mij met een t te moeten. B.v.: Waar is Jan? Oh,die ontgroent een student. Hij heeft er gisteren ook al een ontgroend. M.i. kan het dus beide.

Meestal is het met een 'd', hij is ontgroend, hij wordt ontgroend, ze hebben ons gisteren ontgroend. Ontgroend is dan een voltooid deelwoord, maar dat zal je weinig interesseren, je ziet dat er steeds een werkwoord bij staat (worden, zijn, hebben). ontgroend geeft dan aan dat het al gebeurd/voltooid is en dan geldt de regel van het voltooid deelwoord (kofschip, zie hiervoor) Soms echter zeg je ontgroenen in de tegenwoordige tijd; Hij/zij ontgroent de brugklassers. Bij hij en zij krijg je dan het woord ontgroen met een ''t'' (Ik loop/ hij loopt en dus ook ik ontgroen/hij ontgroent). N.B. Ontgroenen gebeurt meestal niet door 1 hij of 1 zij dus de situatie met de ''t'' komt niet veel voor maar is wel mogelijk dus.

Kan allebei, afhankelijk van de zin. Hij ontgroent zijn vriend. Hij heeft zijn vriend ontgroend.

De vraag is niet te beantwoorden omdat de context van de zin er niet omheen staat. Het is niet te zien of het een voltooid deelwoord is of een vervoegd werkwoord.

Waar is toch de tijd gebleven dat we dit soort dingen leerden op de lagere school? In de tegenwoordige tijd krijgt de tweede en derde persoon, dus jij en hij/zij/het een t achter de stam. Dus ontgroen-t. (uitzonderingen daargelaten)In de voltooide tijd, dus het verleden geldt de regel van het kofschip of fokschaap en is het ontgroen-d met een d. Dat kan zijn : ik heb/had ontgroend of in lijdende vorm: Hij is/was ontgroend. Hetzelfde is met gebeuren. Daar worden ook veel fouten meegemaakt omdat zowel gebeurt als gebeurd bestaat. Dus: het gebeurt (tegenwoordige tijd) en het is/was gebeurd (voltooide tijd) Er zijn talloze websites waar deze grammaticale regels worden uitgelegd.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100