Wat betekent de 'aarts' in de woorden aartsbisschop, aartsvijand, aartsmoeilijk, aartsengel, etcetera?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het is een substantief die een rangorde aangeeft en in dit geval betekent: 'de eerste, hoogste, oudste in rang in de door het grondwoord genoemde functie'. Letterlijk is het zoiets als: in de grond, de oorsprong, waar het vandaan komt en meest essentieel. Dus de belangrijkste bisschop, de ergste vijand, het allermoeilijkste, de hoofdengel etc. Toegevoegd na 4 minuten: Waar het vandaan komt: In de zesde eeuw verschijnen de eerste geschreven teksten in de Lage Landen, waarmee de historische periode van het Oudnederlands of Oudnederfrankisch begint. Een voorvoegsel dat we in deze periode ontleend hebben, is het voorvoegsel aarts-, vanuit het kerklatijn. Aanvankelijk kwam dit voor in de Latijnse leenwoorden aartsbisschop, aartsengel, aartsvader. Het voorvoegsel werd productief in woorden als aartsbedrieger, aartsvijand. Daarna werden bijvoeglijke naamwoorden gemaakt als aartsdom, aartsvijandig. Toegevoegd na 17 minuten: "aarts" is op zichzelf natuurlijk geen substantief. Met het voorvoegsel aarts worden functieaanduidende substantieven [ zelfstandig naamwoorden] gevormd.

Bronnen:
o.a. : wikipedia

Het komt van het griekse ‘archein’, heersen, de beste, eerste, grootste zijn. (Je vindt dat als tweede deel van ‘monarchie’ ook terug.) Als het voorvoegsel archi- is het via het kerklatijn, met de aartsbisschop, het Nederlands binnengekomen. En toen op meerdere woorden toegepast.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100