Heeft iemand een maniertje hoe je weet of die das of der er voor moet(duits)?

Heeft iemand een maniertje hoe je weet of die das of der er voor moet(duits)?

Weet jij het antwoord?

/2500

Bedoel je dat in een zin?? Want het is dan afhankelijk in welke naamval het zinsdeel staat.

Ik denk dat je bedoelt hoe je kan weten of een zelfstandig naamwoord mannelijk (der) of onzijdig (das) is? In het algemeen is dat met als in andere talen een questie van gewoon weten. Maar Nederlands en Duits zijn sterk gelieerd en in het algemeen kun je wel zeggen dat de- woorden in het Duits ook mannelijk (der) of vrouwelijk (die) zijn en het-woorden ook onzijdig (das). Let op der is in het Duits ook de tweede naamval voor vrouwelijke woorden (der Fraues = van de vrouw).

zelfstandige naamwoorden die eindigen op een "e" zijn vrouwelijk, daar moet sowieso die voor

Ik kan je wat aanwijzingen geven maar het is best lastig. Om te beginnen kennen we mannelijk, vrouwelijk en onzijdig. Vb. Der Man, die Frau und das Kind. Daarnaast hebben we ook nog het meervoud. die Kinder. Dat leer je met het woordje mee en er zijn wat hulpmiddelen maar die gaan weer niet altijd op. Woorden die eindigen op een e (katze) beginnen vaak maar NIET altijd met die. Kijk dus goed uit wat het is. Dan zinnen met naamvallen. Daarvoor zijn rijtjes die je moet stampen (ik ken ze na 30 jaar nog steeds auswendig Dus daar ga ik De derde naamval Mit, nach, nebst, samt, bei sein, seit von. binnen, gegenüber, Gemäss , zunächst. De derde of vierde (rust of beweging) Umweit, mittels, kraft, w"herend, laut vermögen, ungeachted, dieseit, jenseit, halbe, wegen, statt, längst, infolge, trotz. (heb je er nog zin in, nou ik wel) De vierde naamval An, auf, hinter, neben, in, durch, entlang und zwischen. vrouwelijk mannelijk onzijdig meervoud 1 die der das die 2 der des des der 3 der dem dem den 4 die den das die Nu zinnen bouwen. Spring in het water. Dan ga je kijken naar man vr of onzijdig (water is geen meervoud) is Zoek je het woord water op (als je het niet weet) dan kom je op das Wasser. Als je bedoeld van de kant het water in te springen is het beweging en dat is 4 naamval Om dat het een beweging is Kijken we bij de vierde naamval van onzijdig dan staat daar; das. Dan wordt de zin Springe in das (meestal zeggen ze ins) wasser. Als er nog een badje staat met melk zouden ze nog kunnen zeggen springe in das Wasser om aan te geven waar ze in moeten springen. Sta je al in het badje dan is het rust en dus 3e naamval. Dan wordt de zin. Springe in dem ( im) Wasser (spring in het water op en neer) Hiermee heb ik je niet de duitse taal willem leren, maar je een indruk proberen e geven hoe die taal werkt. wat betreft naamvallen. Er zijn veel uitzonderingen en dat is niet moeilijk maar best veel.

Bij een zelfstandig naamwoord eindigend op een e is meestal die. Ook worden als buurvrouw, Nachbarin zijn vrouwelijk omdat het gewoon een vrouw is. "Let op" het is niet die Mädchen maar das Mädchen. Het zelfde geldt voor mannelijke woorden, der. De buurman der Nachbar etc. Verder zit er niet echt een logica in en is het helaas gewoon leren.. en leren .. en leren..

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100