Wanneer gebruik je 'er' ?

Zijn er speciale regels voor 'er'? ik vind het nog steeds zo moeilijk af en toe. wanneer gebruik je 'er' en wanneer niet?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het gebruik van het woord ‘er’ in het Nederlands is vrij ingewikkeld. Dit komt vooral doordat er vijf verschillende manieren zijn waarop dit woord gebruikt kan worden. 1. als plaatsaanduiding Wanneer ‘er’ als plaatsaanduiding wordt gebruikt, verwijst het naar een plaats waarvan men weet over welke het gaat. Voorbeelden: Ik ben al in Rotterdam - Ik ben er al Hij is al eens in Arnhem geweest - Ik ben er al eens geweest Ik werk al drie jaar bij dit bedrijf - Ik werk er al drie jaar Jan is nog niet op het feestje - Jan is er nog niet 2. In combinatie met een voorzetsel (op, in, naast, met, van, tegen, mee, door) In deze gevallen wordt ‘er’ aan het voorzetsel vast geschreven als er geen woorden tussen komen Voorbeelden: Heb je ooit met Word gewerkt? - Ja, ik heb ermee gewerkt / Ja, ik heb er vaak mee gewerkt (voorzetsel = mee) Heeft hij over zijn jeugd verteld? - Hij heeft erover verteld / Hij heeft er gisteren over verteld (voorzetsel =over) Heb je gehoord van dat ongeluk? - Ja, ik heb ervan gehoord / Nee, ik heb er niets van gehoord 3. In combinatie met een telwoord Voorbeelden: Wij hebben tien fietsen - Wij hebben er tien Hij gaf me twee appels - Hij gaf me er twee Ik zag een kikker - Ik zag er een 4. Als onderwerp van een passieve zin Een passieve zin = een zin waarvan, als je de zin actief maakt, het onderwerp verandert in het lijdend voorwerp. In een passieve zin wordt altijd gebruik gemaakt van de hulpwerkwoorden worden of zijn. Het lijdend voorwerp krijg je door te vragen: wie/wat + onderwerp + werkwoorden. Voorbeelden: Passief: Piet wordt gebeld door Henk (Onderwerp = Piet) Actief: Henk belt Piet (lijdend voorwerp = Piet) Passief: Willem is door Jan geslagen (Onderwerp = Willem) Actief: Jan heeft Willem geslagen (lijdend voorwerp = Willem) 5. Als voorlopig onderwerp In deze gevallen wordt staat er wel een echt onderwerp in de zin. Dit staat meestal verderop in de zin, behalve bij sommige vraagzinnen. Er staat een paard in de stal (onderwerp = een paard) Er werden veel mensen ziek (onderwerp = veel mensen) Er zitten twee jongens in de kamer (onderwerp = twee jongens)

Bronnen:
http://educatie-en-school.infonu.nl/taal/2...

In het algemeen : als je ipv 'er' 'daar' kunt zeggen, kan je 'er' gebruiken. Bijv: ik heb er nog eens over nagedacht / ik heb daar nog eens over nagedacht. Er is nog een kleine kans, dat..../ daar ligt nog wel een mogelijkheid, dat... Of is dit niet wat je bedoelt?

In sprookjes! Die beginnen vaak met: ``Er was eens...`` en beginnen nooit met: ```Daar was eens...`` ``er `` gebruik je vaak voor een tijdsaanduiding: er is... (tegenwoordige tijd) er was... (verleden tijd) Of: Ik heb er geen zin in. Ik heb ergens geen zin in.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100