Is het ons broederschap of onze broederschap?

Ik had hier een discussie over, en vind niet veel duidelijkheid op het net.

Weet jij het antwoord?

/2500

Broederschap is een de-woord, dus is het ONZE broederschap. Bij een het-woord hoort "ons", dus ONS huis.

In de Nederlandse taal is 'ons/onze' een bezittelijk voornaamwoord. Wanneer je dan ons of onze gebruikt is afhankelijk van het erbij behorende zelfstandig naamwoord. De regel is dat alle mannelijke- en vrouwelijke zelfst.nmw. een -e- erbij krijgen, deze woorden beginnen altijd met het lidwoord - de-. 'de man....de vrouw... de auto....de hengst...de merrie enz. Deze woorden hebben dus een geslachtsbepaling en dat is zowel mannelijk of vrouwelijk. Bij deze woorden wordt het dus altijd ...onze man...onze vrouw....onze auto en ja...ook 'onze broederschap...onze (bloed) verwantschap....onze eigenschap enz. Het is nl. in onze grammatica bepaald dat o.a. woorden met de achteruitgang ' heid' (waarheid), 'nis' (kennis) en 'schap' (beterschap, broederschap )altijd vrouwelijk zijn en dus 'de' woorden. Woorden waarvan het geslacht niet bepaald is dus; 'het kind...het paard.....het huis...het dier/ beest....enz. worden onzijdig genoemd en die krijgen het lidwoord 'het' ervoor. Ook verkleinwoorden zijn 'het' dus onzijdige woorden...het kindje....het meisje...het jongetje enz. Hier hoort dus ook altijd als bezittelijk vnm 'ons' bij....dus 'ons meisje, ons vadertje....ons moedertje...ons bedrijfje enz. Zou het om 'een broederschapje'gaan, dan zou het dus wel 'ons broederschapje ' zijn. In het dialect echter worden deze regels wel weer losgelaten zoals in Noord Brabant...daar zegt men gewoon; ons moeder...ons vader....ons broer enz. Brabanders zullen het dan ook wel over 'ons broederschap' kunnen hebben en niemand zal dan vreemd opkijken.

Het is: “onze broederschap”. Want het woord met het achtervoegsel -schap is in dit geval een verzamelnaam. En dan is het een de-woord. Zo staat het in de uitleg van “Onze Taal”: “Wanneer is een woord dat op -schap eindigt een de-woord en wanneer een het-woord? Het achtervoegsel -schap hoort soms bij vrouwelijke en soms bij onzijdige woorden. Hieronder staan de categorieën woorden die specifiek vrouwelijk dan wel onzijdig zijn. De volgende soorten woorden zijn vrouwelijk en krijgen dus het lidwoord ‘de’: >> woorden die een bepaalde toestand of hoedanigheid aangeven, en die een bijvoeglijk naamwoord als kern hebben: de beterschap, de blijdschap, de dronkenschap, de verwantschap, de zwangerschap, enz.; >> verzamelnamen als de broederschap en de vennootschap; >> afleidingen van werkwoorden: de wetenschap, de weddenschap, de nalatenschap. Onzijdig zijn onder meer de volgende woorden, die dus ‘het’ als lidwoord krijgen: >> woorden die de hoedanigheid van een bepaalde status, waardigheid of functie aangeven: het dichterschap, het pausschap, het (staats)burgerschap (het eerste deel duidt een persoon aan); >> instellingen: het genootschap, het waterschap.”

Bronnen:
https://onzetaal.nl/taaladvies/schap

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100