stel je hebt: ik heb me vergist. hier is: heb me vergist het werkwoordelijke gezegde, maar wat is hier dan het werkwoordelijk deel van gezegde?

ik vroeg me dus af wat hier het werkwoordelijke deel van het gezegde is, want een wg heeft volgensmij geen werkwoordelijke deel van het gezegde, maar hier hoort me ook bij het wg, omdat me een wederkerend vnw is.

Weet jij het antwoord?

/2500

Je bent een beetje in de war met het werkwoordelijk gezegde en het naamwoordelijk gezegde. Ik heb me vergist is een werkwoordelijk gezegde. Het werkwoordelijk deel van het gezegde bestaat niet. Er bestaat wel een naamwoordelijk deel van het gezegde. Voor een naamwoordelijk gezegde heb je de volgende dingen nodig: 1. een koppelwerkwoord: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen 2. In de zin staat een bijvoeglijk of zelfstandig naamwoord dat iets zegt over (het uiterlijk of gedrag) van het onderwerp. Een voorbeeld hiervan is: Mijn zusje | wil | schrijfster | worden. persoonsvorm: wil onderwerp: mijn zusje alle werkwoorden: wil worden Is één van de werkwoorden misschien een koppelwerkwoord? Ja, worden Staat in de zin een zinsdeel met een naamwoord dat iets zegt over het onderwerp? Ja, schrijfster mijn zusje=schrijfster

Ik heb me vergist >> wwg = heb me vergist. Het komt van 'zich vergissen'. 'zich' is een verplicht wederkerig vnw. Je kunt alleen je zelf vergissen, niet iemand anders. Hij heeft zich geschoren >> wwg = heeft geschoren. Hier is 'zich' een toevallig wederkerig vnw. Je kunt je zelf scheren, maar je kunt ook iemand anders, of een schaap, scheren.

Bronnen:
http://ikschrijfbeter.nl/grammatica/zinsde...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100