Hoe ontleed je de zin: 'Ik ga op jacht'?

We breken hier met een aantal mensen ons hoofd over. Hoe ontleed je deze zin en vooral: wat is het deel 'op jacht'?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Ga = persoonsvorm Ik = onderwerp Op jacht = voorzetselvoorwerp. "Op jacht gaan" is een uitdrukking met het vaste voorzetsel "op". Toegevoegd na 2 minuten: "Een voorzetselvoorwerp begint altijd met een vast voorzetsel. Een voorzetselvoorwerp komt voor bij werkwoorden met een vast voorzetsel. Het voorzetsel verbindt het voorzetselvoorwerp met het gezegde. Enkele voorbeelden:     Ik twijfel aan deze methode. (twijfelen aan)     Ik ben niet tevreden met deze computer. (tevreden zijn met)     Ik luister niet graag naar hem. (luisteren naar)     Ik waarschuwde haar voor de gevolgen. (waarschuwen voor)     Ik verlang al maanden naar de skivakantie. (verlangen naar) De onderstreepte zinsdelen zijn voorzetselvoorwerpen." Toegevoegd na 9 minuten: Ik zie (dank aan de reactie) dat de onderstrepingen niet meekomen. De geciteerde tekst is geheel afkomstig uit de eerste bron en daar zijn ze uiteraard te zien. Toegevoegd na 12 minuten: Uit de tweede bron, dus. Het zit niet mee om 23:47 uur :-)

Bronnen:
http://www.cambiumned.nl/theorie/grammatic...
https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/voor...

Ik weet het niet zeker maar ik denk dat 'op jacht' een voorzetsel voorwerp is. Het is geen vaste ww-uitdrukking (want niet figuurlijk) en ook geen bijwoordelijke bepaling (want je bent niet letterlijk op de jacht). Op is een vast voorzetsel bij gaan als het over jacht gaat. Zou dit een mogelijkheid zijn?

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100