Wat voor zinsdeel is 'een taart' in de zin 'Ik zie de man een taart bakken.'?

Weet jij het antwoord?

/2500

Dit is een samengestelde zin. Die kun je eerst vereenvoudigen tot een kernzin : Wie/wat ? ik (onderwerp) Werkwoord ? zie (gezegde / werkwoordelijk deel van het gezegde) En dan de hamvraag : WAT zie ik ? Ik zie (de man een taart bakken). Die hele zin tussen haakjes is het lijdend voorwerp, alleen is het een hele bijzin. Dit noemen we een lijdend voorwerpzin. Wil je nu weten wat precies die taart is, dan moet je de bijzin ("de man een taart bakken") ontleden. Dat is geen mooie zin ; zou je ze opbreken (Ik zie de man. Wat doet de man ? Hij bakt een taart) dan luidt de bijzin grammaticaal correct : de man bakt een taart. Wie ? De man ; onderwerp. Wat doet-ie ? Bakt, gezegde. Wat bakt hij ? Een taart, lijdend voorwerp. De taart is dus uiteindelijk het lijdend voorwerp in de lijdend voorwerpzin.

Bronnen:
http://nederlandsindeonderbouw.weebly.com/...
http://www.cambiumned.nl/theorie/grammatic...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100