hoe zit het met verwijswoorden als je naar twee woorden verwijst?

Normaal is een 'de-woord' die, en een 'het-woord' dat.
Bijvoorbeeld: de hond die blaft, het huis dat groot is.
Maar hoe zit het in deze zin:
De lepel en het bord, die/dat jij op tafel hebt gezet.

Weet jij het antwoord?

/2500

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100