Hoe weet je wanneer je een naamval moet gebruiken of gaan toepassen in het Duits ?

Ik ben een cursus Duits aan het doen en als ik een zin lees denk ik niet bij mezelf o, nu moet ik een naamval gaan gebruiken, laat staan welke van de 4 naamvallen. hoe doen jullie dat ? wanneer weet/zie je wanneer je een naamval moet gebruiken ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Vroeger op school was het gewoon stampen, der, die dem den. En dan de speciale voorzetsels die bij een naamval horen. Verder is het veel oefenen, luisteren lezen. Eigenlijk net zoals wij automatisch weten of je de of het voor een zelfstandig naamwoord zet

Je moet kunnen zien hoe een zin is opgebouwd. Vroeger noemden we dat zinsontleding, ik weet niet hoe het nu wordt genoemd. Het komt erop neer dat je in een zin het onderwerp, het lijdend voorwerp en het meewerkend voorwerp herkent. Het onderwerp komt in de eerste naamval (Nominativ), het lijdend voorwerp in de vierde naamval (Akkusativ) en het meewerkend voorwerp in de derde naamval (Dativ). De te gebruiken naamval hangt dus af van de functie van het zinsdeel in de zin.  

Het onderwerp (subject) te herkennen is enigszins makkelijk. Maar tussen lijdend en meewerkend voorwerp (object) te kunnen onderscheiden is nagenoeg onmogelijk. Het hangt af van het werkwoord en/of het voorzetsel (prepositie). Ik heb geprobeerd an de hand van voorbeelden een algemeen patroon te vinden, maar het is niet gelukt. Het lijkt dat de 3e en 4e naamvallen willekeurig zijn verdeeld. Een voorbeeld: Ich frage die Frau (4e naamval), Ich antworte der Frau (3e). Ich begegnete meinem Freund (3e), Ich traf meinen Freund (4e). Als er twee voorwerpen in een zin voorkomen, heb je meestal een 3e en een 4e naamval. Ich gebe dem Jungen (3e) die Hand (4e). Daar kun je niet anders onderuit als te stampen, of een jaartje in Duitsland doorbrengen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100