Wanneer komt er een lijdend voorwerp in de zin?

Leeftijdcatogorie graag 11/13



dit zijn de zinnen:

moeder schilt de aardappelen,
mijn zusje leert haar les,
poes drinkt de melk op,
de vissers vangen veel haring,
tante bracht een leuk cadeautje mee,
koeien geven melk,
wij ontleden de zinnen,
het vliegtuig vervoert de passagiers,
de hut bood een veilig onderkomen,
de postbode brengt de brieven en kranten rond,

en we moeten de ww. gez weten
het onderwerp weten
en het lijdend voorwerp weten,
kan jij me helpen?
graag voor vrijdag de 26e

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Zo leer je er dus niets van: onderwerp: wie of wat DOET iets? dus: De boer heeft een koe gemolken. (Wie of wat heeft een koe gemolken? antwoord: De boer (dus dat is je onderwerp) lijdend voorwerp: wie of wat wordt door het onderwerp ge....? dus: De boer heeft een koe gemolken. (Wie of wat wordt door het onderwerp gemolken?) antwoord: een koe (dat is dus je lijdend voorwerp) gezegde: het geheel van werkwoorden in één (bij)zin dus: De boer heeft een koe gemolken. je gezegde is dus "heeft gemolken" Een beetje zelf nadenken kan dus geen kwaad.

Nog een hulpmiddeltje : als je kunt vragen : wie wordt er.....?is het lijdend voorwerp, kan je zeggen: áán wie/wat? is het meewerkend voorwerp. Zo hield ik het uit elkaar...

Leuke oefening, even kijken hoe het zat: moeder schilt de aardappelen Wie doet er wat? De moeder, dus die is onderwerp. Wat doet zij? Zij schilt. Schillen is het werkwoord. [ of ww.gez.] Aan wie doet zij dat? De aardappelen, dus die zijn lijdend voorwerp. Koeien geven melk. Wie doet er wat? De koeien, dus die zijn onderwerp. Wat doen die koeien? Geven, dus dat is het werkwoord. Wat geven de koeien? melk, dus dat is lijdend voorwerp. De rest mag je weer zelf doen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100