...dom (christen, joden, etc) waar komt dat "dom" vandaan?

Wat is de oorsprong van dat achtervoegsel en heeft dat achtervoegsel een speciale betekenis?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

In het boek “De Nederlandse Spraakkunst” uit 1972 wordt opgemerkt dat in Oudgermaanse talen “dom” nog voorkwam als een zelfstandig naamwoord. http://www.dbnl.org/tekst/rijp001nede01_01/rijp001nede01_01_0008.php Dit zelfstandig naamwoord betekende “oordeel”. Het Online Etymology Dictionary brengt de historie van dit woord kort maar bondig in beeld. Zo had het Oudengelse (Angelsaksische) woord “dom” de betekenis van “wet, oordeel, condemnatie”. Woorden in andere talen met dezelfde etymologische bron waren het Oudfriese “dom”, Oudnoorse “domr”, en het Oudhoogduitse “tuom”. In het Oudengels was een “dombec” dan ook een “wetboek” terwijl “Domes daeg” de betekenis van “Judgement Day” (Dag des Oordeels) had. In het Engels heeft het woord pas vanaf circa de 17de eeuw de negatieve lading gekregen van “doom” (doem), en blijkbaar kwam dit door de associatie van Doomsday (Domes daeg/Dag des Oordeels) met destructive en finaliteit. http://www.etymonline.com/index.php?term=doom&allowed_in_frame=0 De bovenstaande bron meld ook dat in het Sanskrit (welke in de taalwetenschappen ook gezien wordt als een afgeleide van de oude Proto Indo-Europese taal) het woord “dhaman” de betekenis van “wet” heeft. In het boek de “Keur van Nederlandsche Woordafleidingen” uit 1911 wordt voor “dhaman” de betekenis van “instelling” of “heilig gebruik” gegeven. Hier wordt ook vermeld dat het Oudengelse “deman” de betekenis van “oordelen” had, en dat het Nederlandse “doemen” dus ook van oorsprong de betekenis van “oordelen” heeft. Als voorbeeld wordt het Middennederlandse “Daer God die werelt doemen sal” genoemd. http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/doemen In het bovenstaande boek wordt “hertogdom” aangehaald als voorbeeld waarin “dom” nog deze betekenis heeft: het gebied dat aan de rechtspraak (het oordeel) van de hertog onderworpen is. Waarschijnlijk is het “-dom” in Christendom, Jodendom, etc. ook op deze wijze tot stand gekomen (bv. alles wat aan het oordeel van God en/of Christenen en/of het Christelijke geloof onderworpen is). Taal blijft echter in beweging en in het boek “Gronden der Nederlandsche Woordafleidkunde” uit 1842 wordt dan ook opgemerkt dat het achtervoegsel destijds ook vaak werd opgevat als een verwijzing naar collectiviteit, bv. als in het Christendom (alle Christenen tezamen) trok ten strijd tegen de Turken. Dit lijkt mij overigens een zeer natuurlijke evolutie. http://books.google.nl/books?id=FMlNAAAAcAAJ&printsec=frontcover#v=onepage&q&f=false

Het woord ‘dom’ achter christendom is afgeleid van het woord ‘doem’. De ‘doem’ is te zien als een ‘vervloeking’ maar tegelijkertijd is verdoeming/vervloeking dus , ook te zien als een lot dat over iemand uitgeroepen is. Zo moet je het dan ook zien. Het woordje ‘dom’ erachter gezet, refereert aan een groep mensen met een bepaald lot dat ze hebben in het leven. Het is een taalkundige uitbreiding die betrekking heeft op een groep mensen. Zo heb je bijv. het mensdom; alle mensen van alle tijden bij elkaar, of alle mensen op de wereld. Het heldendom; heeft betrekking op alle helden. Het Jodendom; heeft betrekking op alle Joden. Het Christendom; een religie die betrekking heeft op alle Christenen. Het woordje dom heeft als taalkundige toevoeging dus betrekking op de groep mensen die een bepaald lot beschoren zijn , die hiertoe veroordeeld zijn. Bij het mensendom ben je dus bijv. veroordeeld tot het zijn van ‘mens’. Snap je? Het is dus ‘de groep’ als zodanig. Je hebt bijv. geen islamietendom, de islam is namelijk de godsdienst zelf. Er is echter wel een Moslimdom. Een bijzondere kerk wordt ook wel ‘Dom’ genoemd en dit heeft ook niets met dom/stom te maken. Hier komt de benaming van het Romeinse ‘Domus’ wat gewoon huis betekent.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100