kan iemand mij de schrijfdoelen van nederlands uitleggen?

Ik heb dinsdag een proefwerk Nederlands over begrijpend lezen maar ik snap de schrijfdoelen nog niet helemaal. Dit zijn de schrijfdoelen die we geleerd hebben (ik weet niet of er nog meer zijn):
1. Amuseren
2. Informeren
3. Beschouwen/opiniëren
4. Betogen/overtuigen
5. Activeren
Ik snap 1 en 2 wel maar ik snap vooral het verschil tussen 4 en 5 niet.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

3. Bij een beschouwing worden meerdere meningen tegen over elkaar gezet. Als het weer over schaliegas zou gaan, zouden bijvoorbeeld voorargumenten en tegenargumenten gegeven worden. Meestal geeft de schrijver op het eind wel nog kort zijn mening, maar het doel is daar niet van om jou ook van die mening te overtuigen. 4. Betogen/overtuigen wil zeggen dat je iemand een bepaalde mening laat proberen over te nemen. Dus bijvoorbeeld: schaliegaswinning is slecht. De schrijver geeft in een betoog dus argumenten en probeert zo mensen te overtuigen. 5. Activeren lijkt wel enigszins op betogen/overtuigen, maar het heeft als hoofddoel je activeren iets te doen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen zijn: Teken de petitie tegen schaliegas. 4 en 5 lijken dus nogal op elkaar, maar bij betogen/overtuigen is het hoofddoel niet iemand wat te laten doen. Het doel is iemand te overtuigen van een bepaalde mening. En bij activeren is het hoofddoel dus iemand 'actief' te maken.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Beschouwing_%...
http://www.scholieren.com/samenvatting/18367

ik kan me voorstellen dat je het lastig vindt om verschil te ontdekken tussen 4 en 5, want betogen / overtuigen lijkt ook wel wat op activeren. Het doel bij betogen/overtuigen is dat je de lezer van mening verandert. Dus wat politici bijvoorbeeld doen, die sommen argumenten op, hier en daar dik aangezet met emoties en stemmingmakerij, om te proberen om je over te halen om hun mening over te nemen. Ingezonden brieven in de krant hebben dat doel ook vaak, bijvoorbeeld "Ik wil reageren op het artikel van gisteren en laten weten dat Schaliegas wel degelijk gevaarlijk is. Dat komt doordat bla-bla-bla en doordat bla-bla-bla." Dus een stelling en een serie argumenten. Het doel bij activeren lijkt hierop, maar is erop gericht om de lezer in beweging te krijgen en zo ver te krijgen dat hij wat gaat doen. Dus "Voordat de regering een verkeerd besluit neemt over Schaliegas moeten we handtekeningen ophalen, met de bus naar Den Haag en de minister een petitie aanbieden." Vaak gaat daar eerst een stukje betogen/overtuigen aan vooraf. Succes met je proefwerk!

Als je aan het betogen bent, probeer je iemand te overtuigen van je gelijk: De schrijver heeft een mening/stelling en probeert de lezer te overtuigen met argumenten in de hoop dat deze het met hem eens zal worden. Het is dus een zeer objectieve tekst. Perfecte voorbeelden zijn dan ook ethische kwesties, zoals: "Euthanasie zou verboden moeten worden!" Wanneer een schrijver een activerende tekst schrijft gaat het erom dat hij de lezer tot actie wil laten overgaan: "Geef geld aan dit goede doel!" of "Wees beter voor het milieu!" of "Geef geen steun aan deze politicus!" Hierbij gebruikt de schrijver ook argumenten, maar met als doel dat de lezer ook werkelijk in actie komt. Voorbeelden zijn: reclame in media, advertenties, ingezonden brieven, folders, brochures, affiches, politieke pamfletten, etc. Maar je kunt ze niet los van elkaar zien. Een activerende tekst is eigenlijk altijd een betogende tekst, aangezien een schrijver, wanneer die iemand wil activeren, hij diegene toch echt eerst zal moeten zien te overtuigen van het nut daarvan. Dus een activerende tekst is eigenlijk altijd wel een betogende tekst, maar een betogende tekst hoeft niet perse een activerende tekst te zijn. Bij de toets zou ik er van uitgaan dat wanneer de lezer wordt verteld tot actie over te gaan, dat het dan een activerende tekst is. Een beschouwing ligt een beetje tussen een informerende en een betogende tekst in. De schrijver belicht het onderwerp van verschillende kanten, bijvoorbeeld door het geven van oorzaken, oplossingen, en voor- en nadelen. Op deze manier kan de lezer zelf een oordeel vormen. De schrijver kan zijn mening geven, maar dringt deze niet op aan de lezer. Een beschouwende tekst is vaak persoonlijker van toon dan een informerende tekst, maar minder subjectief dan een betoog. Toegevoegd na 1 minuut: "Zeer objectief" moet natuurlijk "zeer subjectief" zijn. Bij een betoog komt de mening van een schrijver sterk naar voren.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100