Vraag over Nederlandse grammatica

Ik was een buitenlander te helpen met Nederlands en stuitte tegen het volgende probleem.

Als na "hebben" een werkwoord volgt, dan is dit normaliter een voltooid deelwoord. Bijvoorbeeld "Ik heb hem verboden te gaan".

Echter, soms kan na "hebben" wel degelijk een infinitief volgen. Bijvoorbeeld: "Ik heb hem helpen verhuizen." of "Ik heb hem zien gaan.".

Nu werd mij gevraagd: "Waarom kan ik dan niet zeggen: "Ik heb hem verbieden te gaan."?"

Terechte vraag, toch?

Hoe leg je dit het beste uit? Is er een lijst van werkwoorden die na "hebben" als infinitief mogen bestaan? Heeft een dergelijke constructie ook een bepaalde grammaticale naam?

Welke taalpurist kan mij helpen?

Toegevoegd na 1 minuut:
De eerste zin moet natuurlijk zijn: "Ik was een buitenlander AAN HET helpen."

(Voordat jullie denken: "Wat een belabberde leraar dan!")

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Wanneer een werkwoord dat niet gevolgd kan worden door te ( dus: kunnen, mogen, moeten, zullen, willen, gaan, komen, blijven, laten, doen, voelen, horen, zien, leren, helpen) in de voltooide tijd staat, en gevolgd wordt door een infinitief, verandert het voltooid deelwoord in een infinitief. Er komen dan twee infinitieven achter elkaar: Ik hoor hem zingen. - Ik heb hem horen zingen. Het hulpwerkwoord van het eerste werkwoord wordt gebruikt, dat wil zeggen het hulpwerkwoord dat hoort bij het oorspronkelijke voltooid deelwoord: Waarom is hij gekomen? - Hij is het huis komen bekijken. Wat heb je gezien? - Ik heb hem zijn hond zien aaien. Nog een paar voorbeelden: Ik moest Jan opbellen. - Ik had Jan moeten opbellen. Hij blijft eten. - Hij is blijven eten.

Bronnen:
Nederlandse grammatica voor anderstaligen...

Het is waarschijnlijk een beetje moeilijk uitleggen aan een buitenlander, maar dit probleem heeft te maken met het hulpwerkwoord. Bij de zin: Ik heb hem zien gaan is zien een hulpwerkwoord voor gaan. Bij de zin: Ik heb hem helpen verhuizen is helpen een hulpwerkwoord voor verhuizen. (Zet het vragend: Wat heb ik hem zien DOEN? / Wat heb ik hem helpen DOEN? De werkwoorden staan niet los van het andere werkwoord, en zijn dus koppelwerkwoorden) Als het voltooid deelwoord als hulpwerkwoord wordt gebruikt verandert het dus in een infinitief. Je kunt niet zeggen: Ik heb hem gezien gaan, of ik heb hem geholpen verhuizen (maar wel: Ik heb hem geholpen MET verhuizen). Zie ook voor meer uitleg: http://www.dutchgrammar.com/nl/?n=Verbs.Au05 Bij de zin: Ik heb hem verboden te gaan gaat het om een andere samenstelling Verbieden is een werkwoord waar (om) te achter komt. Ik verbied hem (om) te gaan. Je kunt niet zeggen: ik verbied hem gaan. Deze werkwoorden zijn geen hulpwerkwoorden waar een infinitief achter komt, want je kunt vragen: Dus ook in jouw zin is het: Ik heb hem verboden (om) te gaan. Vragend: Wat heb ik hem verboden? En niet: Wat heb ik hem verboden te gaan? Zie ook: http://www.dutchgrammar.com/nl/?n=Verbs.Au11 hoewel ik deze site niet echt heel overzichtelijk leesbaar vind. Bij het uitleggen blijkt mij trouwens ook dat het meer een kwestie van aanvoelen is dan van uitleggen, want het is heel moeilijk.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100