Schrijf ik deze zin goed? Zie uitleg aub.

Is dit goed geschreven:
''Wat houdt je tegen''
Dit geval heeft mij aan het twijfelen gebracht wat betreft het schrijven van alleen een D, of een DT.
Als er JE achter het werkwoord staat dan schrijf je in de regel alleen een D, maar als ik er nu eens deze zin van maak:
''Wat brengt je hier?'' Zoals je ziet wordt er nu sowieso een T bij geschreven. Met die logica zou ik kunnen zeggen dat de eerste zin ook een T erachter krijgt, maar ik ben toch niet helemaal zeker, puur omdat JE erachter staat.

Een uitleg zou zeker gewaardeerd worden!
thnx

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

In je voorbeeldzin is 'Wat' het onderwerp. Als 'je' het onderwerp zou zijn dan wordt het wel degelijk: Wat houd je tegen? (En dan ben jij het die iets tegenhoudt.) Alleen uitgesproken en niet geschreven zijn dit soort zinnen ambigu: voor meerdere uitleg vatbaar dus. Bovendien is die regel niet altijd toepasbaar. Loopt je auto wel regelmatig?, is ook een zin met 'je' achter het werkwoord. Daar is 'je' echter een bezittelijk voornaamwoord. Het blijft oppassen.

Soms is het met dt en soms ook niet, maar ik dit geval is het correct. Want je zegt ook: "Wat stopT je? Toegevoegd na 1 minuut: Wat geef je aan hem? Wat geefT jou de doorslag?

Het makkelijkst is inderdaad om een zwak werkwoord als uitgangspunt te nemen, zoals lopen. Naar analogie daarvan zit je vrijwel altijd goed. Het is sowieso altijd met een t indien je lijdend voorwerp of bezittelijk voornaamwoord is. Indien het onderwerp is, is het altijd zonder t, bijvoorbeeld: 'Houd je de hond even vast?'

Normaal gaat een werkwoord zonder -t als er 'je' of 'jij' achter staat. Dat geldt echter alleen als 'je' of 'jij' het onderwerp is. In dit geval staat er wel 'je' achter, maar is dat woord niet het onderwerp van de zin. Het onderwerp is 'wat'. Vergelijk het verschil tussen 'wat doe je' en 'wat doet je broer'. De eenvoudigste manier is ofwel een zwak werkwoord te nemen, ofwel kijken om "wat voor soort" 'je' het gaat: --  Kun je 'je' door 'jij' vervangen, dan geldt de regel die je noemt: het werkwoord wordt zonder -t geschreven. --  Kun je 'je' door 'jou' of 'jouw' vervangen, dan wordt het werkwoord met -t geschreven.

JIJ LUST GEEN THEE Als je van 'je' 'jij' kunt maken schrijf je geen 'T' achter het werkwoord. Kun je geen 'jij' maken.. (het is geen 'wat houd jij tegen') dan schrijf je wel een T.

Je hebt het goed geschreven. D of T? Dé oplossing voor je spellingproblemen Werkwoorden met een D Een D gaat altijd mee. Als er in een werkwoord een D zit blijft hij altijd. Voorbeelden: worden vinden houden De D blijft altijd: ik word, jij wordt, word jij, zij wordt. ik vind, jij vindt, vind jij, zij vindt. ik houd, jij houdt, houd jij, zij houdt. Altijd blijft die D. Soms komt er een T achter. Je kunt het niet horen. Daar is een trucje voor: gebruik het woord LOPEN Kijk maar naar het verschil: jij wordt jij loopt word jij loop jij Als je loop zegt hoor je geen T, dus schrijf je hem ook niet achter de D Branden = D woord: De D blijft altijd. Het huis brandt af. Het huis loopt af. Dus ook een T achter de D.

Bronnen:
http://blog.seniorennet.be/dtgeenprobleem/

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100