Wanneer een komma gebruiken?

Beste,

Ik begrijp wel wanneer je een komma moet gebruiken, maar weet niet waarom het juist is om bij de onderstaande zin een komma te gebruiken:

Het geld dat u kwijt bent aan notariskosten, kunt u aftrekken van uw belastbaar inkomen.

Alvast bedankt!

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Door de komma te gebruiken maak je in één oogopslag duidelijk dat het gaat om het geld dat je kwijt bent. En dat het niet de notariskosten zijn die je kunt aftrekken. Wanneer die komma er niet stond, moest je de zin waarschijnlijk vaker lezen om 'm goed te kunnen begrijpen.

"De komma is een van de moeilijkste leestekens in het Nederlands. Lastig is dat er geen regels zijn aan de hand waarvan je kunt bepalen wanneer op welke plaats komma's gebruikt moeten worden. Het belangrijkste uitgangspunt is dat een komma geplaatst wordt als er bij het voorlezen een duidelijke pauze hoorbaar is. Hoe langer de zin is, hoe meer behoefte er bestaat aan een rustpunt in de zin, en dus aan een komma. In de volgende gevallen is een komma altijd op z'n plaats: • In opsommingen: 'Zij schrijft artikelen, essays, romans, verhalen en columns.' • Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden: 'Oma had een mooie, dure, groene kast.' (Meer voorbeelden vindt u hier.) • Voor en na een bijstelling: 'Cramer, de minister van VROM, deed een nieuw voorstel.' • Voor en na een uitbreidende bijzin: 'De cursisten, die goed Nederlands spreken, vinden die komma's niet moeilijk.' (Zie ook ons advies over de komma voor die en dat.) • Na de aanhef boven een brief: 'Geachte heer/mevrouw,'. • Voor en/of na een aanspreking: 'Sanne, heb je het naar je zin hier?', 'Lukt dat deze week nog, papa?', 'Luister, jongen, zo werkt dat niet.' Het is ook gebruikelijk om tussen twee naast elkaar staande persoonsvormen een komma te zetten: 'Wat zij gezegd heeft, is heel opmerkelijk', 'Nu ik er langer over nadenk, vind ik het geen gek idee', 'Wat zij bereikt heeft, is vooral te danken aan haar doorzettingsvermogen.' Alleen in korte zinnen kan de komma tussen persoonsvormen soms achterwege blijven: 'Wat je zegt ben je zelf', 'Wie dit leest is gek', 'Voor je het weet is het zover.' In deze zinnen is ook geen duidelijke pauze hoorbaar. Vóór voegwoorden als hoewel, omdat, zodat, opdat, indien, maar, aangezien en terwijl kan meestal het best een komma worden geplaatst: 'Zij vertelde het aan iedereen, hoewel de informatie vertrouwelijk was', 'Hij dacht er lang over na, aangezien hij veel tijd had." Aldus http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/komma-algemene-regels Rekening houdend met deze regels is de komma die je in het voorbeeld hierboven gebruikt niet verplicht. Maar zo leest de zin wel gemakkelijker. Er zit wat 'speelruimte' in het kommagebruik in onze taal. Soms maakt de komma wel verschil: De kinderen die hun best hadden gedaan kregen een beloning -> alleen de kinderen die hun best hadden gedaan kregen een beloning De kinderen, die hun best hadden gedaan, kregen een beloning -> alle kinderen kregen een beloning. Ze hadden hun best gedaan overigens.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100