Wanneer gebruik je met duits nou im en wanneer in ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Je gebruikt im (in dem) in de 3e naamval. De 3e naamval staat altijd in het meewerkend voorwerp (datief) In onze taal kan je er dan 'aan' of 'voor' bijzetten/bijdenken Bijv. Der Schüler öffnet dem Lehrer die Tür. De voorzetsels ; aus, bei, mit, nach, seit, von, zu is ook zo'n rijtje dat je uit je hoofd moet leren. Bij zo'n voorzetsel komt altijd de 3e naamval. Een ezelsbruggetje; Aus, bei, mit, nach, seit, von, zu ; lijkt op de zin... " uit bij middernacht tijd van zoenen". Bij een mannelijk zelfst.nmw is de 3de naamval; 'dem' " " vrouwelijk " " " " 'der' " " onzijdig " " " " 'dem' " meervoud " " " " 'den'. Dus; bijv. mit dem Sohn, der frau, dem Kind, den Eltern.Het complete rijtje voorzetsels met altijd de 3e naamval; aus, bei, mit, nach, seit, von, zu, ausser,entgegen, gegenüber,zuwider, gemäss. Er zijn echter ook voorzetsels waarbij de 1e- OF de 3e naamval komt; dat is oa. zo bij het woordje ín'. Het rijtje wat je uit je hoofd moet leren met voorzetsels in de 1e of 4e naamval' An, auf, in, hinter, vor, unter, über, neben, zwischen. Eerst moet je bepalen of het een beweging of een rust is. Bij beweging is het 4e naamval, bij rust is het 3e. Ich gehe in das Zimmer ( je beweegt, gaat ergens heen) Ich bin in dem (im) Zimmer. ( je bent in de kamer) Bij 'in' moet je kunnen vragen;wo ? of wann? > dan 3e naamval. Bij 'in' moet je kunnen vragen; 'wohin? > dan de 4e naamval. Bij een beweging denk je aan ergens komen of naartoe gaan, een beweging of richting naar een doel. Ich lege das Messer auf DEN Tisch, Er ging in den Garten.

wanneer het in dem is korten ze het af met im. als het in der is dan blijft het in der.

Als er sprake is van: Zich Bevinden = 3e Naamval Als er sprake is van: Verplaatsing = 4e Naamval http://educatie-en-school.infonu.nl/buitenlands/813-duits-naamvallen-in-het-duits.html

Im is een samentrekking van "in dem", dit vertaal je als in de/het in het nederlands. In betekent slechts 'in' zonder lidwoord. Omdat het verschil tussen Im en In slechts een lidwoord is, moet je je afvragen, kan ik hier een lidwoord bij plaatsen? Zo ja, dan kan je im gebruiken, MITS het een 3e naamval heeft (dus zich bevinden). In das (samentrekking: ins) wordt gebruikt bij een verplaatsing. Voorbeeld: NL: Welke maand ga je naar Italië? In November. DE: Welcher Monat fahrën sie nach Italien? In November. Hierbij kan je niet zeggen in het november. Dat zou fout Duits zijn ;)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100