Wanneer zet je nou een "e" achter een bijvoeglijk naamwoord?

wanneer is het bv: Nieuw schooljaar of nieuwe schooljaar
bij de meeste woorden weet ik het wel gelijk maar bij sommige niet.

Weet jij het antwoord?

/2500

Als je er iets voorzet, merk je het vaak wel aan hoe het klinkt. Het is... EEN nieuw schooljaar en HET nieuwe schooljaar. Inderdaad... logisch dat Nederlands zo,n moeilijke taal is voor buitenlanders want ik vind het ook onlogisch als je erbij stilstaat. Toegevoegd na 2 minuten: nog effe...ik bedoelde niet dat ik ervan uitga dat jij van buitenlandse afkomst bent, maar gewoon...dat Nederlands best een ingewikkelde taal is !!

Voor mannelijke een vrouwelijke woorden zetten we de, en dan komt er een e achter het bijvoegelijk naamwoord. Dan wordt het bijvoorbeeld. De nieuwe auto De leuke buurvrouw Wanneer je hiervoor het onbepaald lidwoord een zet, komt er ook een e achter Een nieuwe auto een leuke buurvrouw Bij een onzijdig woord zetten we er het voor, en komt er ook een e achter het bijvoeglijk naamwoord: het grote huis het lelijke beeld Maar wanneer we hiervoor het onbepaald lidwoord een zetten, komt er geen e: een groot huis een lelijk beeld.

Hierbij moet je letten op het vaste lidwoord ("de" of "het") dat hoort bij het zelfstandig naamwoord. Wanneer "het" het lidwoord is dat hoort bij een zelfstandig naamwoord, maar "een" wordt gebruikt als lidwoord in de zin, dan komt er geen "e" achter het bijvoeglijk naamwoord. In (vrijwel) alle andere gevallen komt er wel een "e" achter het bijvoeglijk naamwoord. N.B.: Het lidwoord "een" kan worden gebruikt bij zowel "de-woorden" als "het-woorden". Voorbeelden: De kleine tafel. Een kleine tafel. Het mooie boek. Een mooi boek. Bij "Een mooi boek." komt er geen "e" achter het bijvoeglijk naamwoord, want "boek" is een "het-woord". Let op bij hele korte teksten, zoals krantenkoppen. Dan wijkt men soms af van deze regels. Dit is natuurlijk de uitleg heel in het kort, want er zijn een heleboel bijvoeglijke naamwoorden, waarbij deze vraag helemaal niet aan de orde is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij bijvoeglijke naamwoorden als "verloren", "verdwenen" of "gevonden". Dit zijn meestal bijvoeglijke naamwoorden die gelijk zijn aan het voltooid deelwoord van de werkwoorden, waar ze van zijn afgeleid. In mijn voorbeelden noem ik de voltooid deelwoorden van "verliezen", "verdwijnen" en "vinden".

Over het algemeen kan je zeggen dat alleen bij onzijdige zelfstandige naamwoorden (-het- woorden) de -e- wordt weggelaten als het lidwoord -het- verandert in het lidwoord -een-. Het wilde paard wordt dan een wild paard. Het jonge meisje wordt dan een jong meisje enz. Een bijvoeglijk naamwoord dat deel uitmaakt van een functieaanduiding, wordt in de meeste gevallen ook geschreven zonder een buigings-e-. Een bijzonder docent. Schrijf je ' bijzondere', dan zegt dat woord iets over de persoon achter die functie; Hij is een bijzonder docent. - mijn juridisch deskundige, - een administratief medewerkster. Toegevoegd na 5 minuten: Voor de rest wordt er overal een buigings-e achter het bijvoeglijke naamwoord gezet en dat zijn de mannelijke- en vrouwelijke -de- zelfstandige naamwoorden. Indien deze verkleind worden (zus=zusje, paard=paardje enz. wordt dit ook een - het- woord. Het kleine zusje wordt dan dus ook een klein zusje.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100