Waar laat je het vraagteken in een bepaalde vraag met meteen een opmerking erachteraan?

Bijvoorbeeld een vraag aan iemand: "Heb je vanavond nog wat te doen, anders wilde ik even bij je langskomen." Als je de vraag op deze manier stelt is het geen vraag.

Maar om te schrijven: "Heb je vanavond nog wat te doen, anders wilde ik even bij je langskomen?" Vindt ik ook zo raar staan.

Je zou kunnen vragen: "Heb je vanavond nog wat te doen? Anders wilde ik even bij je langskomen."
Maar als je dan nog meer vragen hebt, als (dom) bijvoorbeeld: "Heb je ook kaas in huis, anders neem ik dat even mee(?)"

Dan krijg je al twee van dit soort zinnen achter elkaar.
Zo'n bericht loopt voor mijn gevoel dan nooit echt soepel en lekker door. Ik weet dan ook nooit goed hoe ik dit soort zinnen moet schrijven zonder in korte en onpersoonlijke zinnen te vervallen.

Hoe kun je nu zo'n soort (fictieve) vraag ongedwongen stellen zodat het ook nog een beetje logisch lijkt en lekker doorloopt?

Toegevoegd na 1 minuut:
M.a.w. wat is grammaticaal juist?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Je kunt het probleem van het vraagteken ook vermijden door de zinnen anders op te stellen. "Ik weet natuurlijk niet of je vanavond al plannen hebt, maar ik zou wel even willen langskomen. En als je geen kaas in huis hebt neem ik dat gelijk even mee." De manier waarop jij de vragen stelt is namelijk meer spreektaal dan schrijftaal. Het staat inderdaad heel vreemd om heel veel vraagtekens achter elkaar neer te zetten. Hoewel het correcte gebruik van een vraagteken grammaticaal aan het einde van de vragende zin hoort te zijn.

Gewoon 2 zinnen van maken. Heb je vanavond wat te doen? Anders wil ik even bij je langs komen. of heb je vanavond wat te doen,anders wil ik even bij je langs komen,schikt dat? Zal ik dan gelijk een lekker stukje meshanger(soort kaas) meebrengen? Ik weet niet of het grammaticaal juist,ik let er op,of het goed klinkt.

In de eerste zin de vraagteken in 't midden, en de tweede zin wordt dan: 'Zal ik even kaas meenemen?'. Je hoort dan vanzelf of er al wel kaas is, of niet.

Grammaticaal gezien staat een vraagteken altijd aan het einde van een zin. In je eerste voorbeeld heb je twee zinnen samengevoegd, die los van elkaar horen. Heb je vanavond iets te doen? (Antwoord kan ja of nee zijn) Als het antwoord nee is, kun je meedelen dat je dan langs wilt komen. Het moet dus zijn: Heb je vanavond iets te doen? Zo niet, dan wil ik even bij je langs komen. In het tweede voorbeeld, sla je dezelfde stap over in één vraag. Hier is de vraag: Heb je ook kaas in huis? Deze vraag kan met ja of nee beantwoord worden. Ook hier is de volgende opmerking : Zo niet, dan neem ik dat even mee. In spreektaal begrijpt iedereen wat je bedoelt met dit soort vragen, maar grammaticaal kun je van de vraag en opmerking geen zin maken. Dit moet in twee zinnen.

Bronnen:
http://www.abcvandenederlandsetaal.nl/#leestekens

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100