Waarom is het mens - mensen, maar lens - lenzen?

Zou het dan ook niet 'menzen' of 'lensen' moeten zijn?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Voor woorden op -s gelden meestal de volgende regels: De s wordt in het meervoud een z na een lange klinker en een tweeklank: baas - bazen, haas - hazen, mees - mezen, pees - pezen, Fries - Friezen, kies - kiezen, doos - dozen, roos - rozen, neus - neuzen, reus - reuzen, hoes - hoezen, kroes - kroezen, bewijs - bewijzen, prijs - prijzen, huis - huizen, sluis - sluizen. De s wordt in het meervoud een z na de medeklinkers l, m, n en r: hals - halzen, pels - pelzen, gems - gemzen, lens - lenzen, bons - bonzen, grens - grenzen, laars - laarzen, vers - verzen. De s blijft een s in het meervoud na een korte klinker: bas - bassen, pas - passen, mes - messen, vis - vissen, vos - vossen, lus - lussen. De s blijft in het meervoud een s na een stemloze medeklinker (t, k, f, s, p): frats - fratsen, plaats - plaatsen, spits - spitsen, reeks - reeksen, rolmops - rolmopsen. De Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 1997) vermeldt echter dat er vrij veel woorden zijn die volgens deze regel een meervoud met -z- zouden moeten krijgen, maar toch (ook) een meervoud met -s- hebben. De voornaamste zijn: (zie bron, maar hieronder dus ook jouw mens - mensen). De ANS geeft geen verklaring voor deze uitzonderingen. Wel is er een patroon in te herkennen, namelijk dat de meeste van deze woorden in een van de volgende twee categorieën vallen: woorden die uiteindelijk teruggaan op een niet-Germaanse taal, zoals het Latijn of het Frans (bijvoorbeeld balans, dans, koers en ook kaars); woorden die in ouder Nederlands met -sch op het eind werden geschreven (zoals eis, kikvors en mens). Bij woorden uit de eerste categorie blijft de s in het meervoud waarschijnlijk behouden omdat het woord in de taal van herkomst met een s werd uitgesproken en die uitspraak werd overgenomen, en bij woorden uit de tweede categorie omdat er oorspronkelijk een g- of k-achtige klank na de s klonk (menschen, eischen), die in de loop der eeuwen overigens volkomen verdwenen is. Sommige leenwoorden op een s krijgen overigens juist een meervoud op -zen, zoals lens en prijs. Helaas is daar niet veel meer over te zeggen dan 'dat het nu eenmaal zo is'.

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/k...

Zoals op bijna elke regel in de nederlandse taal is mensen een uitzondering op de regel dat bij meervoud de s een z word. net als bij kruising - kruisingen

Je rekent eigenlijk verkeerd om. Je rekent van enkelvoud naar meervoud en wilt de uitgang van 't enkelvoud toepassen op de meervoudsvorm. Laten we ons nu 'ns baseren op de meervoudsvorm. Mensen, lenzen. Als je daar enkelvoud van maakt krijg je (als we -en eraf slopen) mens en lenz. Dat laatste is wat flauw, en daarom maken we er lens van.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100