hoe weet je wanneer je 'de' of 'het' voor een woord moet plaatsen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Als je voor het woord 'die' kan zetten is het 'de'. En als je voor het woord 'dat' kan plaatsen is het 'het'. Dit is naar mijn weten de makkelijkste manier om het te onthouden! Ik hoop dat je er wat mee kunt!

Door in het woordenboek te kijken; m/v betekent mannelijk/vrouwelijk en er moet "de" voor, o betekent onzijdig en er moet "het" voor. Er zijn wel wat regels zoals verkleinwoorden die altijd onzijdig zijn. Verdere uitleg is ondoenlijk, De ANS (Algemene Nederlandse Spraakkunst) heeft er 40 pagina's voor nodig.

Dan moet je weten of een woord ofwel mannelijk/vrouwelijk is ofwel onzijdig. mannelijke/vrouwelijke woorden hebben het lidwoord "de", onzijdige woorden hebben het lidwoord "het". De meeste mensen weten niet meer of een woord mannelijk/vrouwelijk of onzijdig is. Dus is het een kwestie van training om te onthouden welk lidwoord bij welk woord hoort. Er zijn wel een paar regels: - verkleinwooden zijn altijd onzijdig: de emmer - het emmertje - woorden die eidigen op het toevoegsel "-heid" of "-ing" hebben altijd het lidwoord "de". Dus "de schakel-ing", de "ijdel-heid" Toegevoegd na 25 minuten: Zie ook: http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/mannelijk-vrouwelijk-woord

Als nederlands je moedertaal is, zou je het automatisch moeten aanvoelen. Voor buitenlanders is het een stuk moeilijker. in bijgaande link, teveel om te kopiëren staan wat vuistregels. succes

Bronnen:
http://www.braint.nl/taalgids/nederlands/s...

Woorden met de volgende uitgangen zijn altijd vrouwelijk; -heid, -nis, -schap (waarheid, kennis, beterschap) -de, -te (liefde, diepte) -ij, -erij,- arij,- ernij (voogdij, rijmelarij) -ing, -st (achter een werkw. stam=wandeling, winst) -ie,- tie, -logie, -sofie,- agogie ( familie, demagogie) - iek, -ica (muziek, logica) -theek,- teit, -iteit (discotheek, puberteit) -tuur, -suur (natuur, censuur) -ade, - ide,- ode, -ude (tirade, periode) -age, -ine, -se (tuigage, discipline, analyse) -sis-, -tis, -xis (crisis, bronchitis, syntaxis) Vrouwelijk zijn ook; aanduidingen van vrouwelijke personen en dieren (secretaresse, kip) Mannelijk zijn; woorden met achtervoegsel -aar, er, -erd (eigenaar, bakker, zeperd) zelfstandig gebruikte werkw.stammen (dank) aanduidingen van mannelijke personen, dieren (ouderling,hengst) Vrouwelijk én mannelijk zijn; de meeste voorwerpsnamen (kast, bank) alg. aardrijkskundige namen en hemellichamen (stad,zon) zelfst. gebruikte bijvoeglijk naamw. (zieke,werkeloze) persoonsnamen voor mannen en vrouwen te gebruiken (baanloze) Onzijdig (het); Verkleinwoorden (kleintje) werkwoordstammen met voorvoegsel be-,ge- en ont-(beraad,gedoe, ontsluiten) namen van landen en steden Tip; zelfstandige naamwoorden die in het enkelvoud vervangen kunnen worden door hem of hij, zijn mannelijk Zelfstandige naamw. die in enkelvoud vervangen kunnen worden door zij, ze of haar, zijn vrouwelijk. Zelfstandige naamw.waarvoor het lidwoord 'het' geplaatst kan worden zijn onzijdig. Toegevoegd na 1 minuut: Zowel mannelijk als vrouwelijk heeft altijd het lidwoord'de'.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100