wie kan mij helpen met nederlands?

we hebben sinds dit jaar een nieuwe nederlands lerares, onze klas en ik ook vinden dat ze niks uitlegt. Ook met proefwerken telt ze heel zwaar 1 fout in een pw met 27 vragen meteen al 1 punt er af. Vorig jaar hadden we een goede lerares vonden we dan. Ik heb ook al een 2 voor een pw gehaald en vorig jaar nog nooit!! We zijn hiermee ook naar de mentor geweest, hij zegt dat hij het zal 'aankaarten' maar dat is nu al een maand geleden.
maar morgen hebben we dus weer een proefwerk, over grammatica (persoonsvorm, onderwerp, lijdendvoorwerp, werkwoordelijk gezegde-rest, bijwoordelijke bepaling, koppelwerkwoord, zelfstandig werkwoord, hulpwerkwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoegelijk naamwoord, voorzetsels lidwoorden etc.) alleen snap ik niet echt veel van koppelwerkwoord en bijwoordelijkbepaling?

Weet jij het antwoord?

/2500

Koppelwerkwoorden: de werkwoorden zijn, worden, blijven, blijken, lijken en schijnen zijn koppelwerkwoorden, mits ze het belangrijkste werkwoord in een zin zijn. Je kan controleren of ze het belangrijkste werkwoord zijn door werkwoorden weg te strepen: ''De mevrouw lijkt kado's te krijgen.'' De PV = ''lijkt'', die streep je weg en je maakt een nieuwe zin: ''De mevrouw krijgt kado's.'' Hier is ''lijkt'' dus geen koppelwerkwoord, omdat het niet het belangrijkste werkwoord is. Het is hier een koppelwerkwoord. ''Hij wil niet ouder worden.'' PV = ''wil'', wegstrepen en nieuwe zin: ''Hij wordt ouder.'' Hier ais ''wordt'' wel een koppelwerkwoord, want het is het belangrijkste werkwoord, het blijft namelijk ''als laatst'' over. Toegevoegd na 2 minuten: Bijwoordelijke bepaling: dit zijn delen van zinnen die tijd, richting of plaats aangeven. Bijvoorbeeld ''in Den Haag'', ''naar rechts'' en ''morgenochtend''.

Bijwoordenlijkbepaling is alles wat overblijft als je hebt ontleed dus na wwg werkwoorden o wie of wat lv wat mv aan wie of voor wie dan komt de vraag bijwoordenlijkbepaling dat is bijv. wanneer, hoeveel, tijdens Toegevoegd na 21 seconden: plaats

Er zijn 9 koppelwerkwoorden: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, dunken, heten, voorkomen. Deze verbinden het onderwerp aan een kenmerk/eigenschap. Voorbeeld: Mijn vader is de beste. Ons team blijft kampioen. De bijwoordelijke bepaling is een zinsdeel dat heel vaak voorkomt. Het geeft plaats en tijd aan. Ook geeft het antwoord op vragen als Waarom? Succes!

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100