Waarom is het zelfstandig/bijvoeglijk naamwoord en niet zelfstandige/bijvoeglijke naamwoord?

Een lastige vraag om uit te leggen. Omdat de woorden waarin het wordt uitgelegd in de vraagstelling betrokken zijn.
Hier volgt de uitleg.
Naamwoord is een zelfstandig naamwoord. Waarom is het dan nier zelfstandige naamwoord. Zelfstandige is hier toch een bijvoeglijk naamwoord.
Om dezelfde reden zou je dan toch moeten spreken van het bijvoeglijke naamwoord.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Een bijvoeglijk naamwoord krijgt alleen NIET de –e uitgang na het onzijdige onbepaalde lidwoord . Dus de grote vrouw, een grote vrouw, de grote man, een grote man, het grote kind maar: een groot kind. Het zelfstandige kind, een zelfstandig kind. Een zelfstandig naamwoord. Maar wel degelijk: het zelfstandige naamwoord. En je gebruikt meestal het onbepaalde ‘een’ als je grammatica doet. Als bijwoord of naamwoordelijk deel ook geen –e, maar da’s weer een ander verhaal.

Ik weet gewoon dat het zo is, ik denk niet echt dat er een reden voor is. Zo zijn er wel meer onverklaarbare dingen in de taal.

Niet ieder bijvoeglijk naamwoord hoeft te eindigen met een e. In sommige gevallen kan het allebei, met of zonder, in andere gevallen weer niet. Of is dat niet wat je bedoelt? Voorbeeld: "Hij zat op een groot bureaustoel" - kan natuurlijk niet. "Hij woont een een groot huis" - dat klinkt gewoon goed. "Hij verliet het grote huis" - kan best. "Hij ging het groot huis binnen" - zou ook kunnen (al klinkt het minder goed). Ik kan me trouwens voorstellen dat het ook te maken heeft met het geslacht van het zelfstandig naamwoord. Maar daar heb ik eerlijk gezegd geen echt bewijs van. Toegevoegd na 5 minuten: Het zelfstandig naamwoord, het zelfstandig kind, de zelfstandige jongen, de zelfstandige onderneming ... volgens mij heeft het dus toch te maken met het geslacht van het zelfstandig naamwoord.

Nou het Bijvoeglijk naamwoord zegt wat over het zelfstandige naamwoord. Maar het zelfstandige naamwoord zegt niks over het bijvoegelijke naamwoord. Daarom zeg je eerst een 'eigenschap' en dan pas het object.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100