Wanneer gebruik je zij, ze, hen of hun?

Ik heb de indruk dat de derde persoon meervoud voornaamwoorden zij, ze, hen en hun door elkaar gebruikt worden. Ik lees of hoor vaak: 'zij hebben hen gezien', 'zij hebben ze gezien' , 'hun hebben ze gezien', 'ik geef hun een boek', 'ik geef hen een boek', 'ik geef ze een boek'. Bestaat er een eenvoudige regel voor het gebruik van zij, ze, hen of hun?

Weet jij het antwoord?

/2500

Even in het heel kort: Ik geef HEN wat snoep. ZIJ gaan straks naar huis. Het is HUN hond. (ze is hetzelfde als zij)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100