hoe weet je waar een verwijswoord naar verwijst?

Ik snap nou niet hoe dat moet.. bijv.. de verpleegster had tijdens de operatie bloed op haar schort ik snap niet waarom dat woord haar naar de verpleegster verwijst.. heeft iemand daar een makkelijke uitleg voor of moet je dat gwn snappen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Haar is in dit voorbeeld het bezittelijk voornaamwoord en verwijst naar de verpleegster (vrouw), omdat zij het schort droeg en niet bijvoorbeeld de opererend arts.

Een verwijswoord vinden is meer een kwestie van dom onthouden en de logica er van inzien volgens mij. De jongens hebben hun tentamen verprutst en hebben het later ingehaald Wat is "het"? "Het" is "het tentamen". Dus, "het" is het verwijswoord. Je moet je kunnen afvragen wat het woord is, vaak betekent het woord op zichzelf niets, maar kun je het alleen in zinsverband in een bepaalde situatie opzoeken. Pff. Ik snap wel waarom je het zo moeilijk vindt hoor! Toegevoegd na 41 seconden: Die tweede zin is dus een voorbeeld hè. Voor de duidelijkheid. Toegevoegd na 5 minuten: Zie net dat die zin niet klopt. Het moet zijn "over gedaan" in plaats van ingehaald. Niet relevant maar toch.

goed terug lezen, het verwijst naar iets wat daarvoor al genoemd is, en je kan het gene waar het maar verwijst ook terugplaatsen op de plek waar het verwijswoord staat. het woord is toen alleen vervangen door een verwijswoord omdat telkens een woord herhalen een verhaal erg saai en vervelend om te lezen maakt. bijv: de rode bal is kwijt. ik zag de rode bal het laatst toen de rode bal van de tafel af rolde. de rode bal is kwijt, ik zag hem het laatst toen hij van de tafel af rolde

Verwijswoorden hebben zelf nauwelijks betekenis, maar krijgen die wel als je ziet op welke woorden ze betrekking hebben. Voorbeeld: Hij heeft haar daar toen zien zwemmen. Op zich een onbegrijpelijke zin, maar als er een zin aan voorafging zoals: Piet zag zondag Marijke in het zwembad, Dan zie je dat: Hij=Piet haar=Marijke daar=het zwembad toen=zondag Een betrekkelijk voornaamwoord is ook een verwijswoord. Een betrekkelijk voornaamwoord heeft betrekking op een voorafgaand woord, zoals: De man die daar fietst (die=verwijswoord0 Het kastje dat daar staat (dat =verwijswoord) Veel meer voorbeelden en een heldere uitlag bij de onderstaande link. http://www.taaluitleg.nl/teksten/verwijsuitleg.htm

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100