Waarom is het : 0 deurEN, 1 deur, anderhalve deur, en dan ineens twee deurEN!

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Over het zelfstandig naamwoord na hoofdtelwoorden zegt de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 1997) alleen dit: "Bepaalde hoofdtelwoorden (behalve één) worden gewoonlijk gecombineerd met substantieven in het meervoud, bijv.: nul punten, honderd stoelen, zeven tafels, dertien ongelukken". Hieruit blijkt dat niet nul de uitzondering is, maar één. Overigens: na breukgetallen staat het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; we zeggen bijvoorbeeld zeven en een half koekje. Taal en logica hebben soms weinig met elkaar te maken.

Omdat het enkelvoud alleen maar geldt voor als je er echt maar ééntje hebt. Dus nul deuren of meer deuren. En één deur. Of : geen deur, wat ook nul is maar betekent L niet één deur. Anderhalf is hier een beetje een rare constructie, omdat het een soort samentrekking is van één en nog één halve. Het enkelvoud gaat dan naar die 'één halve'. Zo spreken we dus ook van een halve deur, anderhalve deur, maar ook van zes-en-een-halve deur, of tweehonderd-en-een-halve deur. Wat er voor de halve stat maakt niet uit; het is maar één halve deur die het enkelvoud bepaalt.

Omdat nul bijna in alle gevallen in meervoud wordt uitgedrukt. Hoe gek dat ook klinkt. Maar het komt ook door de zinsopbouw waarin zon situatie zich voordoet. Dat geld bijna voor alle woorden. Je zegt bijv niet gisteren had ik nul appel en vandaag 1 appel. Dan is het ook gisteren had ik nul appels. bij het woord euro kan het weer wel. Nul euro 1 euro 2 euro's. in bijna geen enkele zinsopbouw kan je zeggen dat nul enkelvoudig is. Uur is ook zo'n woord, maat dat kan beide. Nul uur of nul uren. Maar zo kun je je nog zoveel afvragen. Waarom is het 1 drug en 2 drugs en geen 2 drugsen? Of 1 kind en twee kinderen? En geen 2 kinden? Dit komt gewoon omdat de zinsopbouw anders niet klopt met hoe wij dit geleerd hebben. Kortom het is dan geen goed nederlands.

1 deur is een specifieke deur. Dan heb je één bestaande deur in gedachten. Twee of zestien net zo – en daar gebruik je het meervoud omdat het er meerdere zijn. Maar als er helemaal geen bestaande deuren zijn, dan gebruik je de algemene aanduiding: ‘van die dingen om doorheen te lopen als je een kamer binnen wil gaan’. En voor algemene aanduidingen gebruikt het nederlands OOK het meervoud. Ik hou van deuren. Van die doorloop-dingen in het algemeen. En dat hoeven er echt niet per se twee of meer tegelijk te zijn. 1 deur vind ik net zo tof. En bij ‘nul deuren’ heb je natuurlijk nooit een specifieke bestaande deur in gedachten, laat staan twee of zestien. Want er zijn geen deuren, nul van die doorloopdingen. Nul deuren. Daarom kan ‘nul uur wel’. Het is het specifieke uur 0:00. HET uur nul.

Een ei is geen ei, twee ei is een half ei en drie ei is een paasei, zegt het liedje. Dus 1,5 deur is nog steeds maar één deur volgens dat soort logica. Het meervoud gaat pas in bij twee. Nul is geen getal, dus daar is het ook meervoud. ;-)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100